Het regent pijpenstelen. De straten van Anderlecht liggen er triest bij. ,,Ga naar de Gevaertstraat en bel bij Maille France", zo had ze gezegd. Ze had ook kunnen zeggen: klop aan naast het atelier van de kunstenaar Jan De Cock, die hier een van zijn vele ingenieuze sculpturen bedacht. We moeten een donkere gang door, de trappen op, en dan een deur binnen. Carine Gilson staat boven. Ze draagt niet meteen een outfit met een hoog boudoirgehalte, wel een grijs, sober ensemble van Martin Margiela. Ze is een fan, al jaren. ,,Al bevalt het me niet om bij een club gerekend te worden. Laatst zei een klant me in mijn boetiek in Parijs: hier komen we nog terug, want ik zie dat u ook van Margiela houdt. Het is stom om zo te denken."
Carine Gilson maakt al meer dan tien jaar uitzonderlijk mooie lingerie, heeft een boetiek in Parijs en levert aan topadressen als Barneys en Takashimaya in New York en Agent Provocateur in Londen. Bij ons ligt ze in winkels als Underwear en IdB in Brussel. Adelbrieven die kunnen tellen, en toch doet haar naam bij weinigen een belletje rinkelen. ,,Ik maakte nooit werk van een goede communicatie. Het was altijd werken, werken, werken. Ik moest in het begin ook een eigen bedrijf uit de grond stampen. Ik woon boven mijn atelier, dan weet je het wel."
Gilsons moeder was een couturière. Ze naaide voor een schare klanten in Brussel, die ze ontving in een voorkamertje. Toen haar kinderen klein waren, werkte ze vaak hele nachten door. ,,Mijn moeder raadde me een modeopleiding af. Maar op mijn vijftiende had ik de knoop al doorgehakt: ik zou een modeopleiding volgen.'' Gilson trok na haar middelbare studies, in Brussel, naar Antwerpen. ,,De studies waren duur, maar mijn ouders deden hun best. En hoe hard de opleiding ook was, ik hield vol."
Tijdens haar studie maakte Carine Gilson nauwelijks lingerie, al hield ze toen al van het vakmanschap dat je terugvindt in oude lingeriestukken uit bijvoorbeeld de jaren vijftig. ,,Na mijn studie wilde ik me vooral bewijzen. Ik moest en zou tonen dat ik creatief was. Twee jaar lang was ik een freelance ontwerpster voor een paar prêt-à-porterlijnen, maar daar vond ik mijn geluk niet."
Toen iemand haar haar huidige atelier liet zien, was het liefde op het eerste gezicht. ,,Bij de eerste aanblik wist ik het al: dit moet ik hebben. Het atelier lag er stoffig bij, maar de mensen die er werkten, hadden enorm veel knowhow. Ze maakten toen lingerie voor C&A, Damart en zelfs Delhaize, en ze hadden fantastische stocks met oude kant en andere precieuze materialen. Uitgeweken Fransen hadden het atelier in 1928 opgestart. Toen ik hier aankwam, werd het gerund door de tweede generatie: twee broers van om en bij de tachtig jaar. Ze lieten meteen in hun kaarten kijken. Ze hadden geen opvolgers, zochten een koper, en wilden er het liefst meteen vanaf. Ik was drieëntwintig jaar, was net afgestudeerd en had geen geld." Hoe het afliep? Na een gesprek met de bank van Maille France kocht ze het atelier. Zes maanden zweeg ze over haar beslissing tegen haar ouders. Nu kan ze lachen om zoveel jeugdige onbezonnenheid.
,,Ik vertelde mijn ouders dat ik bij Maille France werk had gevonden, en kwam hier iedere dag plichtsgetrouw naartoe. Vier jaar stond ik aan de zijlijn en keek toe hoe het vak ineenstak. Een van de broers leerde me knippen. De andere gaf me tips om een zaak te runnen. Zij hadden toen vier mensen in dienst. Vandaag werkt er tien man."
Te groen en te onwetend
In 1994 zette Carine Gilson voor het eerst haar naam op haar ontwerpen. Van bij het begin wilde ze een product voor een nichemarkt: luxelingerie die thuishoort in huizen als Yves Saint Laurent en Gucci. ,,De eerste seizoenen verloor ik veel tijd, uit onwetendheid. Ik dacht: ik neem iemand in dienst die gegoede klanten zoekt in Saoedi-Arabië, want daar zit mijn publiek. Maar die persoon wist het niet beter dan ik. We verloren onze tijd."
De doorbraak kwam er in 1995, op de SIL-lingeriebeurs. ,,De eerste twee klanten die effectief een bestelling plaatsten, waren Barneys New York en Agent Provocateur uit Londen. Ik wist niet waar ik het had. Ze zijn vandaag nog steeds klant. Door dat soort klanten haal je daarna alleen nog klanten van eenzelfde niveau binnen."
Toen al was de collectie klein en duur (reken gerust op vijfhonderd euro voor een set van beha en slip). Carine Gilson neemt graag het Franse woord confidentiel in de mond. Een label voor insiders. Voor mensen die elkaar al fluisterend vertellen hoe fantastisch dat behaatje of die slip wel niet zijn. ,,Ooit een dag rondgelopen in een beha van satijn?", zo vraagt Gilson me wanneer we naar het rekje met de collectie voor volgende zomer lopen. Ze geeft zelf het antwoord: ,,Als je ermee begint, wil je nooit meer iets anders. Dat zinnetje heb ik overigens van een klant."
Gilson toont de collectie voor volgende zomer. De zomerlijn komt in kleuren als oranje, cassis, vison, zalm, tinten die ook in de bovenmode terug te vinden zijn. Hoe ziet de collectie eruit? Perfect afgewerkt, en veel kant. Een collectie met grappige accenten: zo zit er minutieus plisséwerk onderaan op een jurkje en een hemdje, of is er een behamodel met een knipoog naar modellen uit de jaren vijftig. Speelse boorden van kant zijn met de hand op het satijn genaaid. Luxueuzer kan haast niet.
Gilson: ,,Voor het eerst heb ik ook couturebadpakken. Badpakken die perfect in die sfeer van handgemaakt en artisanaal passen. Een serie met drapage , heel erg Marilyn Monroe. Een serie met een matelassé-effect, een serie waarin een asymmetrische volant verwerkt zit." De badlijn is gloednieuw, maar er staat nog meer op stapel: voor de winter van 2006-2007 plant Carine Gilson een volledige prêt-à-porterlijn, in de sfeer van haar lingerie en badlijn. Een prêt-à-porter de luxe zeg maar, waarmee Gilson, als het even zou kunnen, buiten het helse ritme van de seizoenen wil treden. Ze denkt niet meteen aan een show in Parijs - daar is trouwens geen budget voor - maar een showroompresentatie in haar winkel in Parijs behoort wel tot de mogelijkheden. ,,Mijn lingerie kun je makkelijk bestempelen als ultravrouwelijke hebbedingen, echte coups de coeur . Maar het blijft allemaal in dat uiterst confidentiële sfeertje. ( denkt lang na ) Misschien komt dit verkeerd over, maar ( twijfelt ) het lingeriewereldje frustreert me mateloos. Ik vind mijn plaats er niet meer. Vroeger keek ik op naar merken als La Perla of Chantal Thomass. Vandaag zijn het enorme bedrijven geworden. La Perla is een machine, een industrie. Ik blijf vasthouden aan handwerk. Ik maak een beha in drie uur, terwijl het ook in dertig minuten zou kunnen. Maar niet voor niets werk ik er drie uur aan: het product wordt er mooier door. Voor bepaalde modellen maken we soms tien toiles (modellen in katoen van een haute-couturestuk). Tien keer uitproberen, om toch maar een zo perfect mogelijk resultaat te bekomen."
,,Met een prêt-à-porterlijn wil ik aan een groter publiek tonen dat ik zo over de dingen nadenk. Nu krijg ik bij bepaalde luxewarenhuizen te horen dat er geen plaats voor me is op hun lingerieafdeling. Als ze me willen hangen tussen lingerie van Calvin Klein en Elle McPherson ( een topmodel dat ook een lingerielijn lanceerde ), is dat niet meer dan normaal. Maar eigenlijk hoor ik ook daar niet thuis. Ik zou met mijn lingerielijn naast Yves Saint Laurent of Gucci moeten hangen, op de afdeling couture. Of ik gefrustreerd ben? Ach, ik wil gewoon dat mijn werk gezien wordt. Ik weet dat er een publiek voor is."
Gilson twijfelt niet aan hoe de total look -lijn eruit moet zien. Al die jaren is ze met mode begaan, en heeft ze ook gezien hoe de bovenmode evolueerde. Dat de lingerieontwerpster Chantal Thomass ook ooit begon met een volledige bovenlijn en uiteindelijk teruggreep op haar lingerielijn, deert haar niet. ,,Ik heb altijd al prêt-à-porter willen maken. De lingerie is er gekomen omdat ik dit atelier heb ontdekt en ik het sindsdien als een ware schatkist bewaakte. Ik wilde iets opzetten wat kans had op slagen, en dat is gelukt."
,,Ik ben zeker van mijn stuk geworden sinds ik heb deelgenomen aan het event van Spullenhulp, in oktober. We mochten er in de bakken rommelen en met oude stukken nieuwe dingen maken. Ik vond toen oude combinaisons terug met het label van Maille France. Daarmee creëerde ik iets nieuws. De voldoening was enorm. Spullenhulp was trouwens ook de start voor het idee van prêt-à-porter."
Ik krijg enkele stukken te zien. Een bustierjurk met op de rug linten die je, als was het een korset, kunt dichtsnoeren. Een doorkijktop waaronder de lingerie kan schitteren. Een bustiertop met drapage die een rijkelijke boezem in de hand werkt. ,,En kijk, een push-up in satin cuir (satijn dat aan de ene kant mat en aan de andere kant glanzend is). Als je die straks aandoet, wil je nooit nog iets anders aan."
Bron: De Standaard