donderdag, december 29, 2005

Tips bij scheren

Scheren met een elektrisch scheerapparaat verschilt van een gewone natte scheerbeurt. Enkele tips.

1. Vooraf

*Scrub je huid. Een facial scrub verwijdert vastzittende haarfollikels, dode huidcellen waardoor ingroeiende haartjes minder voorkomen. Tip: scrub zachtjes in cirkelvormige bewegingen, anders irriteer je de huid.
*Gebruik een pre-shave lotion of primer. Door de snel verdampende alcohol richten de haartjes zich sneller op en wordt de huid gladder.
*Wanneer je elektrisch scheert vermijd je best zoveel mogelijk warmte, omdat dit irritatie veroorzaakt. Zorg er eerst voor dat je gezicht goed gewassen is, en spoel het gezicht vervolgens met koud water. Zo komen de haartjes recht te staan.Maak het gezicht goed droog met een handdoek vooraleer je aan de scheerbeurt begint.Tip: wanneer je je nat scheert doe dit dan na een douche of bad. De stoom heeft de haartjes verzacht zodat ze makkelijker geschoren kunnen worden.

2. Het scheren

Belangrijk om weten bij een elektrisch scheerapparaat is dat het verschillend is van een gewone natte scheerbeurt. Begin je pas te scheren met een elektrisch apparaat hou er dan rekening mee dat je huid zich aan deze 'nieuwe' manier van scheren moet aanpassen.

Je huid is niet gewoon aan dit scheerproces zodat deze extra geïrriteerd en gevoelig aanvoelt. Maak je geen zorgen, dit gaat vanzelf weer over.

*Hard drukken met het scheerapparaat is overbodig. Dit zal onnodig de huid irriteren.
*Houd je scheerapparaat tijdens het scheren loodrecht op de huid. Het scheerhoofd staat op die manier ideaal ten opzichte van de haargroei.
*Begin eerst met de gevoelige plekken. Het scheerhoofd wordt naarmate het scheren vordert iets warmer en kan op plaatsen zoals de wangen of de hals irritatie opleveren.
*Maak rustige op- en neergaande bewegingen. Probeer niet in cirkeltjes te scheren: dit kan ingroeiende haartjes veroorzaken.

3. Aftershave

*Was na het scheren je gezicht met lauw water en dep het droog.
*Gebruik indien mogelijk een aftershave lotion of gel. Door de messen veel over de huid te laten bewegen kan de huid hard en droog aanvoelen.
*Een speciale moisturizer geeft de huid meer energie, waardoor de huid er frisser uitziet en rimpelvorming wordt vermeden.

4. Onderhoud van het scheerapparaat

*Vervang het scheerblad of de scheerkop als het scheerresultaat snel achteruit gaat.
*Hou het scheerapparaat goed schoon. Een apparaat dat haar- en huidresten bevat kan kleine wondjes doen ontsteken. Hygiëne is dus belangrijk. Braun heeft een heel slim onderhoudssysteem uitgedokterd - de oplossing voor diegenen die onderhoud wel eens durven te vergeten...

dinsdag, december 27, 2005

Biochampagne

Nu de kerstperiode met rasse schreden nadert, is het straatbeeld opnieuw gedomineerd door een kudde van koopjesjagers, met aan elke vinger een zak vol kerstgeschenken. Waar de commerciële hype eindigt, weten we al: tonnen wenskaartjes, van kerstmotief voorzien cadeaupapier en nutteloze pakjes zullen ook dit jaar de afvalberg verhogen. Een mens zou haast vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als ecologisch verantwoord shoppen. Schuif de biokalkoen maar in de oven.

"Een biologisch verantwoorde feestperiode begint al bij de keuze van een kerstboom", vertelt Sofie Hoste, stafmedewerkster van de Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze (Velt). "Daarbij is het van belang dat de dennenboom niet met pesticiden besproeid is. In Lubbeek bestaat er zo'n ecologisch kerstboombedrijf: het werkt met milieuvriendelijke methodes, maar is nog niet biogecertificeerd". Voor de Velt-aanhangers komt het er vooral op neer niet mee te stappen in het huidige levensritueel van overconsumptie. "In plaats van te consumeren, willen we 'consuminderen'", vervolgt Hoste.

Een principe dat sterk aanleunt bij de levensvisie van de Canadese Ted Dave, die in Technologische snufj1992 de laatste zaterdag van november uitriep tot de eerste Niet-Winkeldag: de internationale protestdag tegen de westerse consumptiecultuur. Vorige maand werd de antikoopjesdag voor de veertiende keer georganiseerd, zij het niet overal met het gewenste effect. Maar hoe zit het met onze belangstelling voor biogeschenken? Hoste: "Exacte cijfers ken ik niet, maar ik geloof wel dat er almaar meer mensen weigeren deel te nemen aan die overconsumptie. De interesse is er alleszins wel, maar soms ontbreekt het de mensen aan informatie over de verkooppunten van natuurwinkels en hun producten."

Toch vallen er onder de kerstboom genoeg ecologisch bewuste geschenkjes te rapen: van biocosmeticaproducten van merken als Weleda, Yin Yang en Santé, waarbij chemisch-synthetische basisingrediënten geschuwd worden, tot met op zonne-energie herlaadbare mobiele telefoons, mp3-spelers en iPods.
Ook een biologisch geïnspireerd kerstmenu met aangepaste wijnen is een milieuvriendelijk en smakelijk alternatief. "In natuurwinkels vind je biowijn en dito champagne", raadt Hoste aan. "Concreet betekent dat dat de druiven niet besproeid zijn en dat er geen kunstmest aan het groeiproces te pas komt. Mochten de druiven een vorm van schimmel vertonen, dan wordt ook dat met natuurvriendelijke producten bestreden."

Ook Marianne Vergeyle, coördinatrice van Bioforum Vlaanderen, pleit voor een biologisch kerstdiner: "Waarom eens geen biokalkoen opdienen? Het zal de kersttafel beslist opfleuren, want mensen proeven echt wel het verschil. Heel wat topchefs zweren dan ook bij bioproducten. Bovendien is het voedsel van bij het begin tot in je bord gecontroleerd, dus je weet wat je eet."
Nog een leuke cadeautip met een strikje errond? Vergeyle: "Een bon van de biowinkel is de ideale manier om een leek met onze producten te laten kennismaken. Of een biokoe... Laatst informeerde een Nederlander bij ons naar een biokoe. Hij had vernomen dat het gezond was om die dieren te knuffelen, en stond erop om enkel een biokoe te omhelzen (lacht).

Jonge milieuvriendelijke ouders, die de Barbie- en GI Joehetze aan zich willen laten voorbijgaan, kunnen dan weer terecht in de Gentse speelgoedzaak Verantwoord Speelgoed, naar eigen zeggen "de handel bij uitstek voor houten, ecologisch en didactisch speelwaren". "Ouders moeten hun kinderen niet alleen leren eten en spreken, maar ook leren spelen. Daarbij is het essentieel dat de ouders de speelgoedkeuze op zich nemen en die niet aan het kind overlaten. Het kind kiest immers wat het kent: het wil absoluut een Furby of een Powerranger uit de boekjes, maar na drie dagen is hij het speeltje beu", aldus de zaakvoerder die zijn naam liever niet vermeld ziet staan. Vanwaar de voorliefde voor houten speelgoed? "Alles begon met hout. Zelfs de Legoblokjes werden oorspronkelijk in hout vervaardigd. Ondertussen is de maatschappij veranderd, maar het kind niet. Technologische snufjes en Gameboys isoleren het van zijn omgeving en maken het kind compleet asociaal. Dan koop je beter een gezelschapsspel, daarmee leert het kind winnen en verliezen. Of een stuk speelgoed in hout: dat gaat in vergelijking met plastic eeuwenlang mee. Bovendien kun je het vernissen, schilderen of herstellen. Dat merk je ook op rommelmarkten: met het plastic speelgoed dat je daar vindt, kun je makkelijk een vrachtwagen vullen. Maar een houten schommelpaard zal je er niet gauw aantreffen, dat wordt netjes op zolder bewaard en gaat generaties mee."

Ook Etienne Vermeersch, professor emeritus binnen de vakgroep milieufilosofie en bio-ethiek aan de Gentse universiteit, heeft een voorkeur voor creatief-didactische kerstgeschenken. "Ik ben zeker geen specialist in cadeaus, maar alles wat bijdraagt tot overbodig energieverbruik, pollutie en afval moet worden vermeden. Ik sta heel positief tegenover cadeaus die informatief zijn, zoals dvd's en cd's. Dat verbruikt weinig energie en draagt bij tot kennis op lange termijn. We mogen kinderen niet zozeer stimuleren voor wat merkgericht is, of een statussymbool in zich draagt. Geschenkjes moeten eerder het esthetische, het denken en het voelen aanspreken: zoals muziek, puzzels, boeken, of een spel waarbij een constructie gebouwd wordt, zodat het denk- en inzichtsvermogen gestimuleerd wordt. Het ideale geschenk is misschien wel een zelfgeschreven gedicht: het is onschadelijk voor het milieu, zet aan tot creatief denken en is een intellectueel-emotionele verrijking."

vrijdag, december 23, 2005

Handtassen

Ellen Verbeek studeerde communicatiemanagement. Enkele maanden hield ze het uit de toerismesector, in Istanbul. In haar vrije tijd tekende ze tassen, niet veel later zouden haar schetsen effectief worden uitgevoerd. Ellen Verbeek: ,,Ik was altijd al geïnteresseerd in mode. Ik nam ontslag en begon zelf te reizen. Tien dagen naar Londen, tien dagen naar Parijs. Dan volgde een heuse zoektocht door België, om een goede fabrikant te vinden. Ik deed ook een aantal beurzen. De echte stap kwam er toen ik leder bestelde en naar een fabrikant trok, die enkele prototypes maakte. Na drie prototypes dacht ik: dit lukt nooit. De vierde keer was het raak. Van bij het begin wist ik: in dit soort ateliers zal ik voortaan veel uren slijten. Want het is je ogen de kost geven, en zien wat er kan."

Voor haar eerste collectie, in 1999, werkte de ontwerpster niet met leder, wel met het kunststofmateriaal Orogypt. In leder viel haar body bag veel te duur uit. Orogypt is een duurzaam materiaal met een mooie structuur, met het blote oog nauwelijks te onderscheiden van echt leder. Verbeek liet het model in vier kleuren produceren en ging ermee de baan op. Ze was verbaasd om zoveel interesse bij de boetieks die ze aandeed.

,,Mijn tweede collectie was een stuk conceptueler. Ik dacht aan een kledingstuk dat je als tas kon gebruiken. Ik was toen in de ban van alles wat efficiënt en praktisch was. Ik had een hardwerkende vrouw in gedachten die alles wilde behalve een tas die constant in de weg zit. Het moest een harmonieus accessoire worden dat op geen enkel moment stoorde. De ontwerpen waren ergonomisch ontwikkeld, en kwamen als een tweede huid rond het lichaam te zitten."

Ellen Verbeek wilde van bij de start een nieuwe manier van kijken naar tassen introduceren. Ze hoopte bovendien dat vrouwen van verschillende leeftijden haar tassen interessant zouden vinden. Dat gebeurde, maar in het begin verkocht ze niet al te denderend. Zoals ze zelf zegt: ,,In België mag een tas alleen duur zijn als ze gemaakt is van leder." Spotgoedkoop waren haar tassen nooit.

In de collecties die volgden, experimenteerde ze met vormen en materialen. Ze speelde met de ronde vorm, mixte leder met denim en testte ook geperforeerd en gewrongen leder uit. Steeds keerde ze terug naar haar uitgangspunt: efficiënt, comfortabel en in harmonie met het lichaam van de draagster. Zo probeerde ze in de zomercollectie van 2004 enkele hip bags uit: een combinatie van een riem met een heuptasje. De collectie droeg de naam Protection , een knipoog naar een ,,maatschappij die alles kan geven behalve een gevoel van veiligheid".

Lange tijd waren harmonieus en organisch de sleutelwoorden. Met de jaren werd de collectie iets bruter, en ze schakelde een poos geleden over op leder, natuurlijk gelooid leder dat niet met chroom is behandeld. Ze opteerde voor een natuurlijke look, met een mat, maar levendig effect. ,,De ledersoorten die ik nu gebruik, geven de tassen een ietwat stoerdere uitstraling. Bovendien wordt de tas mooier door ze te gebruiken."

Ellen Verbeek heeft vandaag één medewerkster. Tot vorig seizoen deed ze bijna alles zelf. Ze ontwierp, controleerde de productie bij de fabrikant en ging daarna met haar collectie de baan op. ,,In het begin was vooral dat laatste lastig. Het was zoeken naar de juiste verkooppunten. Nu kan ik het al beter: ik ga af op een goed of een slecht gevoel. Het moet klikken. In het begin weet je niet beter: je maakt een sprong in het duister.''



Hevig groen

Dit seizoen waagt ze zich ook aan een schoenenlijn. De serie laarsjes (al dan niet met doorloophak) zijn in perfecte symbiose met de tassen - zowel wat de vormen als de kleuren betreft. Een hevig groen zet de toon. ,,Ik wilde allang iets met schoenen doen, maar de erg technische basis hield me tegen. Om ervaring op te doen, ging ik naar Italië. Ik wilde niet zomaar van start gaan, daarom legde ik eerst de basis met mijn tassen. Opnieuw bracht ik ontzettend veel tijd door in ateliers. Ik was op zoek naar de kwaliteit die ik ook voor mijn tassen nastreef. Schoenen creëren is veel intensiever dan tassen, en er komen slapeloze nachten bij te pas. Maar dit is echt wat ik wil. Mijn tassen laat ik nog altijd in België maken, maar voor de schoenen kwam ik dus in Italië terecht. Ik ben niet iemand die zoekt naar productie in lagelonenlanden. Als er mooi werk geleverd wordt, moeten mensen daar degelijk voor worden betaald. Een mooi product is altijd zijn geld waard."

Dat begrepen de klanten van Ellen Verbeek. In België ligt ze bij de betere schoen- en tassenwinkel, en ook het buitenland groeit. Dit voorjaar was ze mee op missie met Marc Verwilghen en een aantal modeontwerpers naar Sint-Petersburg. In het kader van Ici Belgique toonde ze haar collectie aan een select publiek. Een première voor Verbeek, want nooit eerder waren haar ontwerpen te zien tijdens een modeshow. ,,Ik werkte al met een winkel in Moskou, maar dit smaakte naar meer.''

Sinds drie jaar doet de ontwerpster ook Première Classe aan, de toonaangevende beurs van het betere accessoire in Parijs. Ze wil ook naar de modebeurs van Milaan. ,,Ik besef erg goed dat ik in een nichemarkt zit. Ik moet het opnemen tegen erg grote namen met extreme reclamebudgetten. Ik wil groeien, maar het moet rustig aan. Anderzijds ervaar ik dat accessoires momenteel scoren, dus ik ben er redelijk gerust op. Sinds twee à drie jaar nam de verkoop van tassen en schoenen wereldwijd toe. Sommige klanten bestellen al vroeg in het seizoen bij, omdat de verkoop heel snel op gang komt. Daar moet ik op inspelen, maar dat is niet makkelijk. Het leder moet voorradig zijn en er moet snel kunnen worden gefabriceerd en geleverd."

Ellen Verbeek maakt alleen de ontwerpen die ze mooi vindt. Dus niet noodzakelijk dingen die goed in de markt liggen. Niet zomaar een kleur omdat ze aanslaat bij de mensen. Niet zomaar een vorm omdat die weleens goed zou kunnen verkopen. ,,Het ontwerpen zelf gaat niet zonder slag of stoot. Ik geef toe dat ik het soms op de lange baan schuif tot ik voldoende tijd heb om door te werken. Omdat ik zoveel zelf doe, is er uiteindelijk weinig tijd voor het ontwerp zelf. Maar eens het ontwerpen vlot, is het een heel mooie periode. Dan zit je in een flow . Dat geeft ongelooflijk veel voldoening. ( denkt na ) In het begin was ik veel te terughoudend inzake ontwerp. Riskante dingen zou ik nooit op de markt brengen. Maar ieder seizoen evolueer je. Het groen van deze collectie zou ik voordien nooit hebben aangedurfd. Maar klanten verwachten dat vandaag van me."

Ze droomt ervan om haar schoenenlijn ferm uit te breiden, en nog intensiever aan de vormgeving te werken. Volgende zomer zitten er al twaalf schoenmodellen in de collectie, een verdubbeling tegenover deze winter. Bovendien wil ze zelf hakken creëren en leesten maken. ,,En als het even kan een degelijke cursus Italiaans volgen."

woensdag, december 21, 2005

Gaultier

Puissance 2 . Man met man. Vrouw met vrouw. Man met vrouw. Tegen het plafond van de Parijse Opera zijn slogans te zien. Op de tafels liggen briefjes, met daarop zinnetjes als ,,Ik beef nog van liefde en van sensueel genot'', ontleend aan Mirabeau. Ergens weerklinken stemmen: ,,Ik hou van het mysterie van de huid.'' Dansers komen dichterbij, raken het publiek aan, zonder gêne. Als Jean-Paul Gaultier een parfum lanceert, komt er altijd lijfelijkheid bij te pas. Gaultier cultiveerde het lichaam als geen ander. Wie herinnert zich niet het conische korset dat Madonna droeg tijdens haar Blond ambition tour , in 1990? Het was het hoogtepunt in Gaultiers populariteitspoll, al ervaart hij dat zelf niet zo. ,,Ik geniet van elke stap'', zegt Gaultier tijdens een gesprek de dag na zijn parfumlancering - ter info: de meester heeft beslist dat twaalf journalisten tegelijk twintig minuten bij hem op audiëntie mogen. ,,Kostuums maken voor Peter Greenaway of Pedro Almodóvar, dat was erg aangenaam, net als mijn samenwerking met Madonna. Ik begon dertig jaar geleden met niks, zette in de jaren tachtig heel duidelijk mijn visie op mode neer, en daaruit vloeide alles voort."

Gaultier is een kind van de jaren vijftig, groeide op in een Parijse voorstad. In interviews verwijst hij altijd naar zijn grootmoeder als hem naar zijn eerste inspiratiebron gevraagd wordt. Zij was verpleegster en gaf haar patiënten massages, terwijl de kleine Jean-Paul toekeek. Toen zij haar patiënten daarna ook op een tarotsessie trakteerde, zat de kleine uk tussen haar lingerie, en raakte hij gefascineerd door korsetten.

Gaultier wilde eerst kapper worden, maar zijn vader zag dat even anders. Hij koos uiteindelijk voor een ander vak. Toen hij zeventien was, ging hij in de leer bij Pierre Cardin, die hij zijn mentor noemt. ,,Cardin gaf me de mogelijkheid om te ontsnappen uit mijn droomwereld van magazines naar de realiteit van een modestudio." Later kwam Gaultier bij Jean Patou terecht, een grote naam in de haute couture van de jaren zestig. Gaultier raakte er verslaafd aan het metier, maar baalde tegelijk van het kommaneuken van de regelgevers van de ,,Hoge Naad''. Hij noemde haute couture in dat verband conservatief en humorloos. Waarom moesten vrouwen hun boezem verstoppen, waarom mochten mannen geen rokken dragen, waarom bepaalde een roklengte of iets fout of goed zat?

Een reis naar Londen opende zijn ogen: mode kon ook synoniem zijn van anarchie, en dat resulteerde in 1976 in een eerste eigen lijn, die hij tijdens de modeweek van Parijs lanceerde. Al was het resultaat een beetje voorspelbaar: de Franse modepers vond er niks aan. De Britse alternatieve modejournalisten lustten Gaultiers andere kijk op stijl wel. Zij vonden zijn rokken in combinatie met stoere Dr. Martens-boots wel iets hebben en liepen storm voor zijn schuine topjes die een stukje beha blootgaven of voor zijn tutu met motorjack.

Het duurde even voor Gaultier in eigen land aanvaard werd - in een tijd dat de grote prêt-à-porter namen als Claude Montana en Thierry Mugler voortbracht. Gaultier werd jaren omschreven als het enfant terrible van de Franse mode. Dat epitheton blijft hem achtervolgen, zelfs nu hij al enkele jaren de vijftig voorbij is, opnieuw haute couture-collecties tekent (weliswaar onder zijn eigen naam) en al enkele seizoenen de artistiek directeur is van de damescollectie van het Franse luxehuis Hermès. ,,Als ze me vandaag nog een enfant terrible noemen, dan denk ik dat ze het over iemand anders hebben", zegt Gaultier, ,,het is zoals een meisje dat jarenlang heel braaf is, uiteindelijk als vrouw opnieuw in de spiegel kijkt, om dan te zien dat ze die braafheid allang kwijt is. Een deel van mij wil wel nog steeds dat enfant terrible zijn, maar ik ben intussen wel groot geworden ( lacht ). Misschien wil ik wel de daddy terrible zijn van de Franse mode." ,,Alles mag vandaag in de mode'', gaat hij verder. ,,Zelfs mijn haute couture-klanten durven zeer dure met zeer goedkope dingen te mengen. Een jeans met een droom van een blouse, waarom niet? Maar we doen dit nu al zo lang, misschien moeten we hier opnieuw eens van afstappen ( lacht )."

Momenteel prijkt een nieuwe geur van Gaultier in de parfumwinkels. Gaultier² noemt hij een logisch vervolg op zijn andere geuren: het icoonparfum Jean Paul Gaultier , met als flacon de opvallende buste en wespentaille, en Le mâle , zijn visie op herengeuren en herencosmetica. ,,Toen ik met parfums begon, wilde ik van meet af aan een geur maken voor mannen en vrouwen. Helaas was het toen politiek correct om te starten met een vrouwengeur en pas daarna een herengeur te lanceren. Het gekke is dat Le mâle even succesvol is bij vrouwen als bij mannen. Dat heeft alles met onze tijd te maken. De mode komt in cycli, de parfums ondergaan diezelfde cycli. In de jaren zestig kon een parfum voor mannen niet veel meer zijn dan een aftershave. In de jaren zeventig was er wel Eau sauvage van Dior, maar veel meer dan dat was er niet. We hebben intussen zware geuren gehad, we hebben uniseksgeuren gehad, en nu is er dit ( steekt zijn nieuwste flacon lachend in de hoogte ). Een geur voor een man en een vrouw, voor een man en een man, of voor een vrouw en een vrouw.''

Uniseks wil hij Gaultier² niet noemen. ,,Uniseks zou het gendervraagstuk veeleer neutraliseren, terwijl ik dat niet wil doen. Dit parfum is heel seksueel, voor wie zijn seksualiteit dag in dag uit beleeft. Dit parfum is ook veel volwassener dan waar uniseks voor staat: uniseks doet me denken aan adolescenten die nog niet weten wie ze zijn. En laten we niet hypocriet doen: sensualiteit maakt deel uit van het leven. En moet een ontwerper niet net dat doen: de dingen des levens naar buiten brengen?"

dinsdag, december 20, 2005

Van Beirendonck en JBC

Sinds eind augustus hangt de eerste kindercollectie van Van Beirendonck in de rekken van alle Vlaamse en van een viertal Waalse JBC-filialen. De ZulupaPUWA-lijn werd aangekondigd als een upgrading voor de keten, niet meteen een stunt, zoals H&M met Karl Lagerfeld vorig jaar en met Stella McCartney dit jaar.

Bart Claes van JBC sloot met de blitse ontwerper uit Antwerpen een contract af van drie jaar, wat in de mode zoveel betekent als: zes seizoenen. Nu het eerste seizoen zo goed als voor de helft voorbij is, kan Claes van een succes spreken. ,,De helft van de collectie is verkocht. We hebben eind augustus 50.000 stuks geleverd aan een vijftigtal winkels, en daarvan zijn al 25.000 stuks verkocht. In Antwerpen was de hype het grootst: daar zaten we al op de helft van het aanbod na twee weken. Dat was buiten alle verwachtingen.''

Claes moest extra stukken bijhalen uit filialen die minder goed werkten met de ZulupaPUWA-collectie. Al snel werd duidelijk dat Van Beirendoncks kinderlijn niet aansloeg in de vier Waalse filialen: het aanbod daar werd na drie weken verhuisd naar de Antwerpse filialen.

,,We zitten volledig op schema. Ik denk dat we compleet uitverkocht zullen zijn voor de koopjes van start gaan. Met een unieke collectie als deze zou dat een uitstekende zaak zijn. Of ik tevreden ben? Ach, ik ben niet ontevreden. We zijn niet echt van het zelfvoldane type." (lacht)

Claes onderstreept dat het project nog maar van start is gegaan. Hij is erg nieuwsgierig naar wat komen gaat, en denkt dat de toekomst nog veel verrassingen in petto heeft. Voor een Belgische keten die marktleider is in kinderkleding staat er dus nog een en ander te gebeuren.

,,We hebben echt de wil om hier iets aparts van te maken. Design biedt kleding een meerwaarde. En Walter is Belgisch, wat voor ons als Belgische keten heel belangrijk was. Het personeel in de winkels kreeg trouwens een aparte opleiding over deze Van Beirendonck-lijn. De meeste verkoopsters kenden de ontwerper natuurlijk wel. Dat helpt.''

maandag, december 19, 2005

Super-de-luxelingerie van Carine Gilson

Het regent pijpenstelen. De straten van Anderlecht liggen er triest bij. ,,Ga naar de Gevaertstraat en bel bij Maille France", zo had ze gezegd. Ze had ook kunnen zeggen: klop aan naast het atelier van de kunstenaar Jan De Cock, die hier een van zijn vele ingenieuze sculpturen bedacht. We moeten een donkere gang door, de trappen op, en dan een deur binnen. Carine Gilson staat boven. Ze draagt niet meteen een outfit met een hoog boudoirgehalte, wel een grijs, sober ensemble van Martin Margiela. Ze is een fan, al jaren. ,,Al bevalt het me niet om bij een club gerekend te worden. Laatst zei een klant me in mijn boetiek in Parijs: hier komen we nog terug, want ik zie dat u ook van Margiela houdt. Het is stom om zo te denken."

Carine Gilson maakt al meer dan tien jaar uitzonderlijk mooie lingerie, heeft een boetiek in Parijs en levert aan topadressen als Barneys en Takashimaya in New York en Agent Provocateur in Londen. Bij ons ligt ze in winkels als Underwear en IdB in Brussel. Adelbrieven die kunnen tellen, en toch doet haar naam bij weinigen een belletje rinkelen. ,,Ik maakte nooit werk van een goede communicatie. Het was altijd werken, werken, werken. Ik moest in het begin ook een eigen bedrijf uit de grond stampen. Ik woon boven mijn atelier, dan weet je het wel."

Gilsons moeder was een couturière. Ze naaide voor een schare klanten in Brussel, die ze ontving in een voorkamertje. Toen haar kinderen klein waren, werkte ze vaak hele nachten door. ,,Mijn moeder raadde me een modeopleiding af. Maar op mijn vijftiende had ik de knoop al doorgehakt: ik zou een modeopleiding volgen.'' Gilson trok na haar middelbare studies, in Brussel, naar Antwerpen. ,,De studies waren duur, maar mijn ouders deden hun best. En hoe hard de opleiding ook was, ik hield vol."

Tijdens haar studie maakte Carine Gilson nauwelijks lingerie, al hield ze toen al van het vakmanschap dat je terugvindt in oude lingeriestukken uit bijvoorbeeld de jaren vijftig. ,,Na mijn studie wilde ik me vooral bewijzen. Ik moest en zou tonen dat ik creatief was. Twee jaar lang was ik een freelance ontwerpster voor een paar prêt-à-porterlijnen, maar daar vond ik mijn geluk niet."

Toen iemand haar haar huidige atelier liet zien, was het liefde op het eerste gezicht. ,,Bij de eerste aanblik wist ik het al: dit moet ik hebben. Het atelier lag er stoffig bij, maar de mensen die er werkten, hadden enorm veel knowhow. Ze maakten toen lingerie voor C&A, Damart en zelfs Delhaize, en ze hadden fantastische stocks met oude kant en andere precieuze materialen. Uitgeweken Fransen hadden het atelier in 1928 opgestart. Toen ik hier aankwam, werd het gerund door de tweede generatie: twee broers van om en bij de tachtig jaar. Ze lieten meteen in hun kaarten kijken. Ze hadden geen opvolgers, zochten een koper, en wilden er het liefst meteen vanaf. Ik was drieëntwintig jaar, was net afgestudeerd en had geen geld." Hoe het afliep? Na een gesprek met de bank van Maille France kocht ze het atelier. Zes maanden zweeg ze over haar beslissing tegen haar ouders. Nu kan ze lachen om zoveel jeugdige onbezonnenheid.

,,Ik vertelde mijn ouders dat ik bij Maille France werk had gevonden, en kwam hier iedere dag plichtsgetrouw naartoe. Vier jaar stond ik aan de zijlijn en keek toe hoe het vak ineenstak. Een van de broers leerde me knippen. De andere gaf me tips om een zaak te runnen. Zij hadden toen vier mensen in dienst. Vandaag werkt er tien man."

Te groen en te onwetend

In 1994 zette Carine Gilson voor het eerst haar naam op haar ontwerpen. Van bij het begin wilde ze een product voor een nichemarkt: luxelingerie die thuishoort in huizen als Yves Saint Laurent en Gucci. ,,De eerste seizoenen verloor ik veel tijd, uit onwetendheid. Ik dacht: ik neem iemand in dienst die gegoede klanten zoekt in Saoedi-Arabië, want daar zit mijn publiek. Maar die persoon wist het niet beter dan ik. We verloren onze tijd."

De doorbraak kwam er in 1995, op de SIL-lingeriebeurs. ,,De eerste twee klanten die effectief een bestelling plaatsten, waren Barneys New York en Agent Provocateur uit Londen. Ik wist niet waar ik het had. Ze zijn vandaag nog steeds klant. Door dat soort klanten haal je daarna alleen nog klanten van eenzelfde niveau binnen."

Toen al was de collectie klein en duur (reken gerust op vijfhonderd euro voor een set van beha en slip). Carine Gilson neemt graag het Franse woord confidentiel in de mond. Een label voor insiders. Voor mensen die elkaar al fluisterend vertellen hoe fantastisch dat behaatje of die slip wel niet zijn. ,,Ooit een dag rondgelopen in een beha van satijn?", zo vraagt Gilson me wanneer we naar het rekje met de collectie voor volgende zomer lopen. Ze geeft zelf het antwoord: ,,Als je ermee begint, wil je nooit meer iets anders. Dat zinnetje heb ik overigens van een klant."

Gilson toont de collectie voor volgende zomer. De zomerlijn komt in kleuren als oranje, cassis, vison, zalm, tinten die ook in de bovenmode terug te vinden zijn. Hoe ziet de collectie eruit? Perfect afgewerkt, en veel kant. Een collectie met grappige accenten: zo zit er minutieus plisséwerk onderaan op een jurkje en een hemdje, of is er een behamodel met een knipoog naar modellen uit de jaren vijftig. Speelse boorden van kant zijn met de hand op het satijn genaaid. Luxueuzer kan haast niet.



Gilson: ,,Voor het eerst heb ik ook couturebadpakken. Badpakken die perfect in die sfeer van handgemaakt en artisanaal passen. Een serie met drapage , heel erg Marilyn Monroe. Een serie met een matelassé-effect, een serie waarin een asymmetrische volant verwerkt zit." De badlijn is gloednieuw, maar er staat nog meer op stapel: voor de winter van 2006-2007 plant Carine Gilson een volledige prêt-à-porterlijn, in de sfeer van haar lingerie en badlijn. Een prêt-à-porter de luxe zeg maar, waarmee Gilson, als het even zou kunnen, buiten het helse ritme van de seizoenen wil treden. Ze denkt niet meteen aan een show in Parijs - daar is trouwens geen budget voor - maar een showroompresentatie in haar winkel in Parijs behoort wel tot de mogelijkheden. ,,Mijn lingerie kun je makkelijk bestempelen als ultravrouwelijke hebbedingen, echte coups de coeur . Maar het blijft allemaal in dat uiterst confidentiële sfeertje. ( denkt lang na ) Misschien komt dit verkeerd over, maar ( twijfelt ) het lingeriewereldje frustreert me mateloos. Ik vind mijn plaats er niet meer. Vroeger keek ik op naar merken als La Perla of Chantal Thomass. Vandaag zijn het enorme bedrijven geworden. La Perla is een machine, een industrie. Ik blijf vasthouden aan handwerk. Ik maak een beha in drie uur, terwijl het ook in dertig minuten zou kunnen. Maar niet voor niets werk ik er drie uur aan: het product wordt er mooier door. Voor bepaalde modellen maken we soms tien toiles (modellen in katoen van een haute-couturestuk). Tien keer uitproberen, om toch maar een zo perfect mogelijk resultaat te bekomen."

,,Met een prêt-à-porterlijn wil ik aan een groter publiek tonen dat ik zo over de dingen nadenk. Nu krijg ik bij bepaalde luxewarenhuizen te horen dat er geen plaats voor me is op hun lingerieafdeling. Als ze me willen hangen tussen lingerie van Calvin Klein en Elle McPherson ( een topmodel dat ook een lingerielijn lanceerde ), is dat niet meer dan normaal. Maar eigenlijk hoor ik ook daar niet thuis. Ik zou met mijn lingerielijn naast Yves Saint Laurent of Gucci moeten hangen, op de afdeling couture. Of ik gefrustreerd ben? Ach, ik wil gewoon dat mijn werk gezien wordt. Ik weet dat er een publiek voor is."

Gilson twijfelt niet aan hoe de total look -lijn eruit moet zien. Al die jaren is ze met mode begaan, en heeft ze ook gezien hoe de bovenmode evolueerde. Dat de lingerieontwerpster Chantal Thomass ook ooit begon met een volledige bovenlijn en uiteindelijk teruggreep op haar lingerielijn, deert haar niet. ,,Ik heb altijd al prêt-à-porter willen maken. De lingerie is er gekomen omdat ik dit atelier heb ontdekt en ik het sindsdien als een ware schatkist bewaakte. Ik wilde iets opzetten wat kans had op slagen, en dat is gelukt."

,,Ik ben zeker van mijn stuk geworden sinds ik heb deelgenomen aan het event van Spullenhulp, in oktober. We mochten er in de bakken rommelen en met oude stukken nieuwe dingen maken. Ik vond toen oude combinaisons terug met het label van Maille France. Daarmee creëerde ik iets nieuws. De voldoening was enorm. Spullenhulp was trouwens ook de start voor het idee van prêt-à-porter."

Ik krijg enkele stukken te zien. Een bustierjurk met op de rug linten die je, als was het een korset, kunt dichtsnoeren. Een doorkijktop waaronder de lingerie kan schitteren. Een bustiertop met drapage die een rijkelijke boezem in de hand werkt. ,,En kijk, een push-up in satin cuir (satijn dat aan de ene kant mat en aan de andere kant glanzend is). Als je die straks aandoet, wil je nooit nog iets anders aan."

Bron: De Standaard

vrijdag, december 16, 2005

Kapsel

Au naturel en unstyled. minder aandacht dus voor styling, meer voor de verzorging

De afgelopen jaren hebben we heel wat tijd (en geld) in ons haar geïnvesteerd. eerst moest het supersteil zijn. wie van ons heeft niet een steiltang aangeschaft? mét keramische platen natuurlijk, om het haar zo veel mogelijk te beschermen. pony's kwamen in en dwongen ons veel vaker in de kapperstoel plaats te nemen dan voorheen. elk haartje moest op zijn plaats vallen en we waren heel wat tijd met 'stylen' kwijt.

toen kwam de periode van de grote volumes en daarmee kwamen krullen terug in het modebeeld. krultangen en spelden kwamen weer tevoorschijn. en menige vrouw waagde zich weer aan een permanentje. maar dan, als we alles gehad hebben, gaan we terug naar de basis. dat moment is nu daar.

zacht golvend en natuurlijk vallend haar
'au naturel' is de trend. weg met de perfect geföhnde manen, weg met overdreven volumes en 'stijve' krullen. de trend voor de komende winter is zacht golvend en vooral natuurlijk vallend haar.

lang, middenlang, kort
lang, middenlang, kort... het maakt niet uit. als je het uitgangspunt maar in gedachten houdt (natuurlijk). laagjes gaan we nog wel zien, maar heel 'smooth' en 'flowy'. strakke lijnen zijn uit, evenals onregelmatige laagjes die onnatuurlijk overkomen.

no styling
waar de mode deze winter een groot beroep doet op onze smaak en 'combineertalenten' - het is allemaal even elegant, vrouwelijk en doordacht - laten de haartrends ons voor deze winter heerlijk vrij. de zogenaamde 'unstyled look' is het helemaal. alsof je er 's morgens nog maar net een kam doorheen gehaald hebt en er verder helemaal niets meer aan gedaan hebt. natuurlijk is het niet zo gemakkelijk als we het hier beschrijven. een 'unstyled look' vraagt om perfect verzorgd en glanzend haar. het accent wordt dus verlegd van de styling naar de dagelijkse verzorging.

bruintinten, subtiele kleurnuances, rood en warmblond
weinig styling dus, maar wel aandacht voor kleur. deze winter gaan we veel warme bruintinten zien. op de catwalks zagen we verder ook veel rood. blond mag ook als het maar natuurlijk overkomt. net zoals voor de styling geldt namelijk dat het er allemaal heel naturel moet uitzien. kleine kleuraccentjes mogen nog wel, maar opvallende highlights of contrasterende kleuren naast elkaar zijn deze winter 'hands off'. ga liever voor één warme basiskleur met, zo je wilt, een heel klein kleuraccentje met een tint die in het verlengde van de basiskleur ligt.

zaterdag, december 10, 2005

Thalassotherapie

Gebruik van zeewater - vroeger en nu
Aan zeewater en zee-algen wordt al eeuwenlang een geneeskrachtige en ontspannende werking toegeschreven. Hippocrates, de vader van de moderne geneeskunde, schreef al in de vierde eeuw voor Christus het heilzame gebruik van zeewater voor. Van meer recente datum zijn de wetenschappelijk onderbouwde onderzoeken van de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) die aantonen dat de toepassing van zeewater en zee-algen, de thalassotherapie, een positieve invloed heeft op het welzijn en welbevinden.

Zee-algen, het groene goud

Algen zijn zeeplanten die de eigenschap hebben de actieve bestanddelen van de zee in hun cellen op te slaan, zoals vitaminen, mineralen, sporenelementen en proteïne. Deze zijn voor het menselijk lichaam heel belangrijk omdat ze allerlei lichaamsprocessen op gang brengen. Zee-algen hebben vele kwaliteiten. Zo blijken ze de vochtigheidsgraad van het gelaat en lichaam te verbeteren, een goede oppepper voor de oudere huid te zijn en hebben ze een zuiverende werking bij acne.

Bovendien hebben zee-algen, onder bepaalde thermische omstandigheden een stimulerend effect bij plaatselijk afslanken, het verstevigen van de huid en het tegengaan van cellulite. Voorts hebben zee-algen een ontgiftende werking, waardoor het mogelijk is het weefsel zeer snel te zuiveren van gif- en afvalstoffen. Ze regenereren, remineraliseren en revitaliseren zodat het lichaam er na een kuur van enkele weken fitter en stralender gaat uitzien.

Het zeewater en ons bloedplasma

De Franse bioloog René Quinton ontdekte aan het begin van deze eeuw dat de samenstelling en de concentratie van ons bloedplasma vrijwel identiek zijn aan die van zeewater. Beide bevatten, in dezelfde verhouding, minerale zouten, proteïne en sporenelementen die essentieel zijn voor onze gezondheid. Een uitspraak van René Quinton was dan ook: "ons organisme is niets meer dan een zee-aquarium waarin biljoenen cellen drijven".

Het zelfherstellend vermogen van ons lichaam.

Waarom we ons goed voelen na een thalassobehandeling (een behandeling met zeewater en zee-algen) is vrij eenvoudig te verklaren. Ons lichaam heeft namelijk een zelfherstellend vermogen dat ons in staat stelt om veel ongemakken zelf te herstellen. Door ondoelmatige voedingsgewoonten, milieuvervuiling en een teveel aan stress brengen we ons lichaam echter uit balans. De afvalstoffen in ons lichaam die hiervan het resultaat zijn, zorgen voor blokkades in ons zelfherstellend vermogen en brengt ons lichaam uit balans.

Door ons lichaam in aanraking te brengen met een 'dosis' zee-elementen, krijgt het een prikkel dat het niet gewend is en dat bovendien zeer vitamine- en mineraalrijk is. Het zelfherstellend vermogen wordt daardoor op een natuurlijke wijze wakker geschud en het biologisch evenwicht wordt hersteld.

Waaruit bestaat een thalassoprogramma?

De behandelingen worden afgestemd op de persoonlijke behoefte, indicaties en aandachtsgebieden. Een basiskuur bestaat uit baden met warm zeewater en/of zee-algen (met onderwatermassage) en zee-algenpakkingen voor gelaat en lichaam. De behandelingen worden veelal gevolgd door een manuele massage met zee-algenolie om de effecten van de thalassotherapie te verstrekken.

Hydromassagebad;

het hydromassagebad is anatomisch aangepast zodat het lichaam van het hoofd tot aan de voeten kan worden gemasseerd in opeenvolgende draaiende golfbewegingen. Een optimale en complete massage van het gehele lichaam wordt bereikt waarbij de bloed- en lymfecirculatie effectief wordt gestimuleerd en de afvalstoffen worden afgevoerd. De badtoevoeging wordt individueel afgestemd op de indicaties en aandachtspunten.

Pakking met zee-algen;

het beste resultaat wordt bereikt als het hydromassagebad wordt gecombineerd met een zee-algenpakking. De celstofwisseling wordt hard aan het werk gezet, zodat de afvalstoffen snel worden afgevoerd. Tegelijkertijd neemt het lichaam de heilzame stoffen op, die het gemakkelijk herkent vanwege de grote gelijkenis qua samenstelling met ons bloedplasma.

donderdag, december 08, 2005

Vrouwen willen alles.

De alfavrouw heeft de touwtjes stevig in handen. Ze heeft het ver geschopt en spendeert haar zelfverdiende geld graag rijkelijk. Volgens het Britse glamourblad Vogue is deze vrouw in opmars. Trendwatcher Nathalie Beckx gelooft echter niet dat de alfavrouw ook in Vlaanderen haar opwachting maakt.

Door Isabel Niemegeers

e alfavrouw is het vrouwelijke equivalent van de alfaman. De alfaman is een leider, de meest dynamische van de groep. Een zelfbewust persoon die zijn eigen gang gaat en niemand duldt die hem de weg verspert. Hij hoeft ook weinig rekening te houden met anderen omdat hij financieel erg sterk staat. De vrouwelijke variant daarvan begint aan een opmars, althans dat meldt het Britse glamourblad Vogue. In Groot-Brittannië groeit het aantal succesvolle vrouwen aanzienlijk. Het aantal vrouwen met een jaarlijks inkomen van 150.000 euro of meer is de laatste tien jaar met 57 procent gestegen, zo blijkt uit de rondvraag.

Vogue ging niet bewust op zoek naar de alfavrouw. "De enquête kwam er vooral om aan onze adverteerders te bewijzen dat we nog steeds modebijbel nummer één zijn. De vrouwen die Vogue lezen kopen ook daadwerkelijk Prada of Louis Vuitton", zegt Stephen Quinn, uitgever van de Britse Vogue-editie. Dat betekent echter niet dat alle vrouwen even succesvol zijn. "Slechts een fractie van onze lezeressen is een alfavrouw, maar we zien wel dat het een groeiend fenomeen is. Dat we dat met onze enquête te weten kwamen, is een leuke extra en het bewijst dat big spending aan de orde is"

Vogue bevroeg 1.365 lezeressen over hun modesmaak en levensstijl. Het is een zelfbewuste vrouw die het niet nalaat zichzelf goed te verwennen. De gegoede vrouwen kopen nu gewoon zelf de dure juwelen of horloges. Zaken die hun soorgenoten vroeger soms van hun partner cadeau kregen. De alfavrouw laat zich overigens herkennen door de enorme collectie dure schoenen waarover ze beschikt. Het succes van de alfavrouw bewijst volgens Vogue dat vrouwen steeds meer doordringen in topfuncties.

Trendwatcher Nathalie Beckx heeft nog niet van het fenomeen alfavrouw gehoord en gelooft ook niet dat die vrouw echt in Vlaanderen rondloopt. "Het doet me denken aan de vrouwen uit Sex and the City. In werkelijkheid gaan we veel vaker struikelend en zonder carrière door het leven, zoals Bridget Jones. In de jobwereld bestaat nog steeds veel ongelijkheid, posities zijn niet fifty-fifty verdeeld."

Volgens Beckx is ook het fenomeen 'big spender' in Vlaanderen een zeldzaamheid. "Vrouwen die veel verdienen, geven niet noodzakelijk veel geld uit. Ik ken vrouwen die jaarlijks 150.000 euro verdienen maar helemaal geen behoefte hebben om de laatste trends te volgen en daar een smak geld tegenaan te gooien. Wie veel belang hecht aan imago moet zichzelf nog bewijzen."

De Britse alfavrouw spaart geld nog moeite om haar uiterlijk te verzorgen. Gemiddeld kost een bezoekje aan de kapper haar 85 euro. Een derde van de vrouwen wast elke dag haar haar. Hoewel vier op de tien vrouwen denken dat ze er vijf tot tien jaar jonger uitzien dan ze werkelijk zijn, wil 87 procent iets aan haar lichaam veranderen. Plastische ingrepen lijken voor die vrouwen geoorloofd, maar ze houden ook wel van de natuur. Meer dan zeven op de tien nemen liever een douche dan een bad en 65 procent eet biologisch voedsel. Wellness is de alfavrouw niet vreemd en de Vlaamse carrièrevrouw lijkt er ook wel van te houden. "Vrouwen met een druk leven willen zichzelf verwennen en eventjes aan de stress ontsnappen. Daar hebben ze wel veel geld voor over."

Er is een punt waarop de alfavrouw wel van haar mannelijke variant zal blijven verschillen. Hoewel carrière maken belangrijk is, is het lang niet alles. Uit de Vogue-enquête bleek dat de Britse vrouwen op zoek zijn naar evenwicht tussen werk en gezin en graag met 55 op pensioen willen. Het zoeken naar evenwicht kenmerkt ook de Vlaamse vrouw. "Vrouwen verlengen hun jeugd, willen alles meemaken. Ik noem dat wel eens de 99 levens. Maar doordat ze zowel een man, een kind als een carrière willen, komt het werk dus ook nooit op de eerste plaats", aldus Beckx.

Mannen hebben het nog steeds makkelijker om werk en gezin te combineren. "Achter elke succesvolle man ligt een uitgeputte vrouw", zo ziet Beckx het. "Bij vrouwen is dat zelden het geval. Mannen vinden het helemaal niet zo leuk dat een vrouw succesvoller is dan zijzelf. Daarom zijn carrièrevrouwen vaak alleenstaand of gescheiden."

Vrouwen die succes willen, moeten de klus zelf klaren en er andere zaken voor opgeven. Dat kan wel eens leiden tot psychische problemen. Van de Britse vrouwen was 37 procent ooit in therapie. Bij vrouwen tussen 45 en 54 liep dat op tot de helft. Beckx wijt dat aan de eenzaamheid. "Vrouwen die echt volop voor hun carrière gaan, zijn meestal niet zo gelukkig. De mens is niet gemaakt om alleen te blijven, we hebben behoefte aan geborgenheid en partnership. Een therapeut wordt dan de goede gesprekspartner die ze elders missen."

'Vrouwen die echt volop voor hun carrière gaan, zijn meestal niet zo gelukkig'

vrijdag, december 02, 2005

Voor gladde jongens

Voor de meeste mannen is een scheerbeurt een noodzakelijk kwaad, volgens de mensen van The Art of Shaving?keten is het een ritueel om van te genieten. In Amerika zijn hun barber shops met bijbehorend productengamma een enorm succes. Onder meer Georges Clooney, Bill Clinton en Brad Pitt laten er hun baard en snor kortwieken. In België worden de producten exclusief gebruikt in Sea Me, het Brusselse wellnesscentrum voor mannen.

?Hier komen vooral mensen die er beroepshalve goed willen uitzien?, zegt zaakvoerder Jean-Pierre Lebrun. Zijn zaak biedt onder meer huidverzorging, massages en gezichtsbruining aan, maar ook scheerbeurten van zo'n twintig minuten.

Het ritueel begint met de beschermende Pre-Shave Oil van The Art of Shaving, gevolgd door scheercrème. Die wordt, zoals het hoort, aangebracht met een nat kwastje van dassenhaar. Na het scheren zelf geniet u van een gezichtsmassage met welriekende After-Shave Balsem.

Voor wie het productengamma wil uittesten: op zondag 11 en 18 december houdt Sea Me opendeurdagen. Laat die baard maar groeien.

Bron: Weekend-Knack

De geur van Hermès

Doelgericht diversifiëren is het motto bij Hermès. De Franse luxelederwarenproducent brengt daarom een reeks opmerkelijke parfums op de markt.

Eind 2004 lanceerde het Parijse lederwarenmerk Hermessence, vier opmerkelijke parfums van de hand van Jean-Claude Ellena. Aan deze collectie werd onlangs een vijfde geur toegevoegd: Osmanthe Yunnan. Eén deel van de naam verwijst naar de grondstof, het andere verraadt de herkomst.

De vijf geurgedichten uit de huidige Hermessence-collectie zijn stuk voor stuk kleinoden van 100 ml, met een prijskaartje tussen 135 en 350 euro. Het prijsverschil hangt af van het feit of de parfums gevat zitten in een luxueuze flacon van dik glas ofwel nog eens stevig in een lederen koker zitten gewikkeld - je bent lederwarenfabrikant of je bent het niet...
De noeste arbeid van de 'neus'

Jean-Claude Ellena, artistiek directeur Parfums bij Hermès, zette in 2004 de toon met Rose Ikebana, Ambre Narguilé, Vétiver Tonka en Poivre Samarcande. Ellena (57) werkt sinds juni 2004 uitsluitend voor het Parijse luxemerk. Vakmensen en aanhangers omschrijven zijn creaties als "elegant", "licht" en "transparant". De term "natuurlijkheid" draagt echter veruit zijn eigen voorkeur weg. Dat is een erfenis van zijn leermeester, Edmond Roudnitska (Eau d'Hermès, Eau Sauvage, Diorissimo...).

Op het terras van een schitterende villa in rasechte jaren '60-stijl, genesteld tegen een heuvelflank temidden van een dennenbos met uitzicht op de Middellandse Zee, praat Jean-Claude Ellena met duidelijk genoegen over zijn vak. We bevinden ons in Cabris, een dorpje op een twintigtal kilometer van Nice en op vijf kilometer van Grasse, het mekka van de parfumindustrie. Hier valt geen witte schort te bespeuren, en ook geen steriel laboratorium. De werkplek van Jean-Claude Ellena is een echt woonhuis dat Hermès hem speciaal op deze plaats ter beschikking stelde.

Het hartje van een dennenbos is nu niet bepaald wat je als een neutrale geuromgeving zou omschrijven. Maar naar het schijnt bevinden we ons wat geuren betreft nooit op neutraal terrein, behalve in de woestijn en op het pakijs, waar warmte en droogte of extreme koude het stijgen van de moleculen in de atmosfeer verhinderen. Meneer Ellena laat zich dan ook niet uit het lood slaan door een paar dennenbomen.

Om invloeden van buitenaf te vermijden die de creatie van een nieuw parfum in de weg zouden kunnen staan, parfumeert Jean-Claude Ellena zichzelf nooit. "Elke creatie is de vrucht van een noeste arbeid - ik begin nooit na 8.30 uur te werken - en een register van herkenningstekens, meegebracht van verre reizen en vreemde oorden. Ik steel die richtpunten letterlijk links en rechts, tot ik een klik krijg. Dan heb ik de puzzelstukken voor een nieuw thema. Op basis van dat thema begin ik dan een formule uit te werken met de verschillende ingrediënten. Wanneer ik in het lab aankom met mijn kant-en-klare formule, zit al meer dan 70 % van het werk erop. Op dat moment hebben we echter nog minstens drie maanden voor de boeg om het geheel af te ronden en de details te verzorgen. Je mag niet vergeten dat creëren in de eerste plaats kiezen is, en dat minstens 95 % van wat je creëert in de vuilnisbak belandt."
Communiceren met geuren

Jean-Claude Ellena mag dan klassieke 'roots' hebben, zijn expressievorm en de formules van zijn parfums zijn erg hedendaags. "Een van de dingen die mij het meeste zorgen baren, is of ik wel met mijn tijd blijf meegaan. Ik kan een romantische - om niet te zeggen een nostalgische - kijk op de zaken hebben. Een parfum is immers nooit een weergave van de toekomst, maar een verwijzing naar iets wat al bestaat. Ik hoed mij echter voor overdreven nostalgie. Bepaalde composities van Serge Lutens of de Guerlinades van Guerlain gaan daarin te ver volgens mij. Zij herinneren alleen aan parfums uit het verleden."

Als ontwerper van zijn tijd is Jean-Claude Ellena er rotsvast van overtuigd dat een parfum een band kan smeden. Het kan daarbij trouwens zowel om aanvaarding als om verwerping gaan. "Wanneer twee personen elkaar ontmoeten, is het ideaal indien slechts één van hen een parfum op heeft. Een parfum is een niet-verbale communicatievorm die een weerslag heeft op het gedrag van degene die hem draagt én op degene die de geur opsnuift. Mijn advies is dan ook: als je iemands geur lekker vindt, kan je samen een eindje gaan wandelen. In het andere geval doe je dat beter niet."

Bron: Trends

Een tweede leven voor de panty

Het lot van de panty leek bezegeld, ondanks de technische hoogstandjes die fabrikanten erin verwerken. Een onhandig en oncomfortabel kledingstuk, aldus de meeste vrouwen. Tot de laars vorige winter in het straatbeeld opdook en ze weer massaal overstag gingen.

"Tussen 2000 en 2003 daalde onze pantyverkoop met 10 procent", zegt Muriel Van Belle, productmanager van de pantyafdeling bij kousengigant Veritas. Ook bij DIM, een merk van multinational Sarah Lee, werd de panty tot voor kort als een "moeilijke markt" beschouwd. "De mode schreef almaar minder rokken en meer broeken voor", zucht Ingrid Macours, DIM-marketingmanager. "Oudere dames die al hun hele leven aan de panty waren, bleven hem trouw, maar er kwamen geen nieuwe consumenten bij."
In een ultieme poging de verkoop aan te zwengelen, keren fabrikanten terug naar de wetenschappelijke origine van de panty, merkte de Amerikaanse krant The Wall Street Journal vorige week op. Het bedrijf No Nonsense haalde zijn inspiratie bij de onflatterende chirurgische witte kousen die iedereen na een operatie aangetrokken krijgt. Hun 'Smart Support'-kousen zijn onderaan strakker om de aders stevig te houden en de bloedsomloop te stimuleren. "Steunpanty's verkopen we vaak", zeggen de Belgische marketingdames. "Panty's die spataders helpen voorkomen bij vrouwen die de hele dag moeten staan. Maar ook figuurcorrigerende panty's die de billen liften of de buik afplatten."

Capezio, een fabrikant uit 'pantywalhalla' Italië, gaat verder en probeert dit jaar panty's met microcapsules gevuld met aloë vera en een lavendelaroma aan de vrouw te brengen. De kousen zouden het schuren tegen de huid tegengaan. Van Belle besliste ze niet aan te kopen: "Na drie keer dragen zijn die capsules volledig uitgewerkt en is het een kous als een andere." Andere fabrikanten doen nog ongeloofwaardiger beloftes: er bestaan panty's met ingrediënten als sojaolie, wilde kastanje en Paraguayaanse thee om vetkussentjes te verminderen, of kousen die soja en gemalen dwergpalm bevatten die de groei van haartjes zou vertragen. Calvin Klein introduceert een hoogtechnologische vezel met kanaaltjes die naar verluidt het zweet van je benen afvoeren.

Maar een beroep doen op de wetenschap om vrouwen te overtuigen kleren te kopen helpt zelden. De 'Breathable Comfort'-lijn van 'ademende' panty's wordt door tegenvallende verkoopresultaten nu al stopgezet. "Ook de Belgische vrouw houdt het graag simpel." Toch maakten de verkoopcijfers vorige winter een radicale ommezwaai. Dankzij de mode-industrie, die de panty van een gewisse dood redde met de comeback van de laars. Het alomtegenwoordige rokjes-en-laarzensilhouet smeekt om een panty. "Ten opzichte van vorig jaar verkopen we nu bijna een derde meer", meldt Van Belle. Ook jongere vrouwen maken nu kennis met nylons.
Fantasietekeningen en motieven doen het goed, maar de bulk van de verkoop blijft toch nog altijd de klassieke zwarte, chocoladebruine of huidkleurige panty. Ook populair is de panty zonder knellende tailleband. "Geen striemen meer op de heupen, zit fantastisch", oreert Macours. En pas echt in opmars zijn de ondoorschijnende, dikkere panty's. "Vooral bij jongere vrouwen. 'Opaque' panty's zijn wat stoerder. Ze ogen sportiever en zitten warmer op de fiets."
Ruilden meisjes nog niet zo lang geleden hun gebreide 'collants' pas laat in de tienertijd in voor een paar panty's, tegenwoordig staan ze er al vanaf hun tiende voor in de rij. Veritas bracht onlangs voor het eerst een collectie kinderpanty's op de markt. Van Belle: "Zeker aan Waalse kant loopt die als een trein."

Bron: De Morgen

H&M strikt topjuweelontwerpster

Vanaf 25 november pakt kledingketen H&M uit met een nieuwe stunt. Een exclusieve sieradenlijn van Solange Azagury-Partridge wordt aan democratische prijzen verkocht, nog geen maand na de collectie van de Britse modeontwerpster Stella McCartney. H&M lijkt er een sport van te maken om zoveel mogelijk topnamen te strikken die een budgetvriendelijke lijn willen ontwerpen voor minder gefortuneerde vrouwen.

De juwelen zijn in een gelimiteerde oplage exclusief ontworpen door Solange Azagury-Partridge, bijgenaamd 'Queen of Bling', de voormalige hoofdontwerpster van de bekende Parijse luxejuwelier Boucheron. Onder haar klanten rekent ze onder meer Madonna en Naomi Campbell. De lijn bestaat uit veertig sieraden die door hun rode tint iets heel chics over zich hebben en uitstekend kunnen dienen als kerstcadeautje. Ze zijn gemaakt uit strass, metaal en plastic, maar "het is niet omdat je goedkoop materiaal gebruikt dat de juwelen niet kunnen schitteren en glimmen", zegt Solange.

H&M heeft bewust gekozen voor een samenwerking met meerdere topontwerpers. "Consumenten willen almaar liever designproducten hebben, maar dan wel graag voor minder geld", redeneert de top van de kledingketen. Dure broeken, rokken of schoenen van een gerenommeerde ontwerper als Prada, Dior of Chanel worden graag gecombineerd met casual kleding die kwalitatief goed is, maar geen enorme aanslag vormt op de portemonnee. Wie de juwelen van Azagury-Partridge wil bemachtigen, zal er overmorgen wellicht snel bij moeten zijn. De kleding die Karl Lagerfeld en Stella McCartney voor H&M ontwierpen was op een recordtijd uitverkocht.

Bron: De Morgen

Confectiekleding niet aangepast aan veranderde vrouwenlichamen

Het einde van het zandloperfiguur

Textielketens beschikken over een uitgebreid kledingaanbod voor vrouwen en toch is het vaak moeilijk om een passende outfit te vinden. Een grootschalige Amerikaanse studie verklaart dat probleem: ontwerpers en fabrikanten produceren nog steeds confectie op maat van vrouwen met een zandloperfiguur, terwijl steeds meer vrouwenlichamen afwijken van dat ideaalbeeld.

Amper 8 procent van de Amerikaanse vrouwen heeft een zandloperfiguur, terwijl die vorm vijftig jaar geleden het vaakst voorkwam. Toch baseren ontwerpers en kledingfabrikanten hun collectie nog steeds op dat ideale figuur, terwijl ze de veranderende vorm van het vrouwelijke lichaam negeren. De Amerikaanse universiteit van North Carolina analyseerde twee jaar lang de lichaamsmaten van zesduizend vrouwen. Het resultaat van dat onderzoek, Size USA, verscheen gisteren in de Britse krant The Independent. Bijna de helft van de proefpersonen heeft een rechthoekig lichaam: hun taille is nauwelijks smaller dan de heupen of boezem. Twintig procent van de vrouwen kan het best als peervormig omschreven worden omdat hun heupomtrek breder is dan de borstomtrek. Veertien procent van de respondenten valt binnen het lichaamstype 'omgekeerde driehoek', met een boezem breder dan de heupomvang. Tot slot voldoet 8 procent van de vrouwen aan de norm om binnen het type 'zandloper' te vallen: hun borst- en heupomtrek is ongeveer gelijk, met een taille die minstens 23 centimeter smaller is.

Europese vrouwen kunnen in vergelijkbare categorieën ingedeeld worden. De eet- en leefgewoonten van vrouwen in ontwikkelde landen lijken op elkaar en dus hebben ze een vergelijkbare lichaamsbouw. Bovendien wordt esthetische chirurgie ook in Europa steeds populairder, waardoor vrouwen een lichaam kunnen creëren dat ze niet door een dieet of sportbeoefening zouden kunnen bereiken.
Het Nederlandse Instituut voor Technisch en Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) verzamelde enkele jaren geleden de maten van meer dan duizend Nederlanders. "Het profiel van mensen verandert duidelijk. Europese vrouwen zijn dikker geworden. In vergelijking met een studie uit 1985 zijn vrouwen vandaag groter, met bredere heupen en taille en een grotere boezem", legt onderzoekster Andrea Hin uit. "Dat kan afhangen van een heleboel dingen. Onze voeding is veranderd, we bewegen minder en ook onze leefgewoonten lijken niet meer op die van enkele decennia geleden."

Op basis van die Nederlandse resultaten stelde Hin een lichaamsmaattabel op die vrouwen onderverdeelt in negen profielen op basis van lichaamslengte en heupbreedte. "Als je groot bent, heb je volgens het huidige confectiesysteem ook bredere heupen en grotere borsten, maar dat is natuurlijk niet voor alle vrouwen van toepassing. De huidige maten bieden alleen kleinere en grotere zandlopers", legt Andrea Hin uit. "Kledij voor mannen is beter aangepast omdat er minder variatie in hun lichamen zit."
De Nederlandse onderzoekers stelden de resultaten ter beschikking van kledingbedrijven, die op basis van de lichaamsmaattabel hun confectie kunnen aanpassen. "Op dit moment is dat nog niet echt gangbaar. De kledingindustrie richt zich nog steeds op de sierlijkste vrouwen, die passen in een maatje 36."

In 2000 zat een aantal Europese confectieketens voor het eerst samen om een nieuw Europees matenstelsel in te voeren. Doordat niet alleen de lengte van een vrouw, maar ook haar figuur bepaalt welke maat het geschiktst is, zouden consumenten in dat nieuwe systeem veel makkelijker passende kledij kunnen vinden. "Het voorstel is nog niet afgevoerd, maar het blijkt een moeilijke procedure te worden om een beter stelsel van confectiematen te produceren", verduidelijkt Hin. "Voor sommige landen zijn de voordelen van een gemeenschappelijke maat erg duidelijk, maar andere Europese landen zien er alleen de nadelen van in. Het blijkt een werk van lange adem, maar zolang het voorstel nog niet afgevoerd is, hoop ik dat het er ooit zal komen."

De standaard die de kledingindustrie gebruikt om maten uit te tekenen is dus hopeloos gedateerd, waardoor de meerderheid van de vrouwen erg moeilijk aan haar trekken komt in de confectiewinkels. "De mode-industrie negeert de grote meerderheid van vrouwen. Ik kan daarvoor geen enkele goede reden bedenken. Textielbedrijven handhaven de traditionele maten zonder daar verder bij na te denken", legt Janice Wang uit. Haar textielbedrijf Alva Products werkte mee aan het Amerikaanse onderzoek.
"We hopen dat we met deze studie de kledingindustrie kunnen overhalen de gangbare maten aan te passen aan het figuur van de meerderheid van de bevolking, in plaats van een ideaalbeeld voor ogen te houden waaraan slechts een kleine minderheid voldoet", zegt Wang. "We stellen voor dat fabrikanten geleidelijk kleine veranderingen aanbrengen die uiteindelijk leiden tot beter passende kledij."

Bron: De Morgen

Een droomfornuis voor de gewone man en vrouw

uit: De Morgen, 23/11/2005 Katrijn Serneels / Veronique Cauhape

Aga of La Cornue? Voor welk fornuis moet je kiezen wanneer je een groot budget hebt voor de inrichting van de keuken?

Beide kosten veel geld, maar ze zijn ook erg verschillend. De rustieke stijl van Aga doet denken aan de fornuizen van onze grootmoeders, maar dan verfijnder. La Cornue ziet er professioneler uit, net als de fornuizen van grote chef-koks.

Deze twee 'keukenpiano's', beide op gas of elektriciteit, richten zich niet op hetzelfde publiek. Het grote, gietijzeren hart van de Aga zorgt voor een permanent warme oven en kookplaten. De Aga staat voor een eenvoudige, traditionele en familiale keuken. Het fornuis is altijd klaar voor gebruik, heeft geen knoppen en verspreidt een constante temperatuur, waardoor de smaak van de voedingsmiddelen bewaard blijft en de ruimte rond het fornuis lichtjes verwarmd wordt. Dat verklaart het succes van de Aga in gebieden met een eerder koud klimaat. Het zware, glimmende juweel is bedekt met gekleurd email en wordt sinds 1709 vervaardigd in Coalbrookdale in Groot-Brittannië. Het fornuis ziet er nostalgisch uit, maar is tegelijkertijd ook modern.

De modellen van de nieuwe Sreeks combineren traditie en technologie en kunnen ingebouwd A De dure kookfornuizen van Aga en La Cornue doen het erg goed. Toch willen beide merken een groter publiek aanspreken met een goedkoper model. En dat lukt.


Annemie (59) kocht twee jaar geleden een donkerbruine Aga uit de S-reeks. Aga's hebben de reputatie peperduur te zijn, maar de prijs was geen struikelblok voor Annemie. 'Wij zijn geen miljonairs. Onze Aga kostte ook geen 9.000 euro, we hebben een minder duur model gekozen: de six-four. Die heeft zes pitten en vier ovens. Als je een gewone oven, een microgolfoven, een stoomoven en inductieplaat in je keuken wilt, ben je aan al die apparaten samen bijna evenveel kwijt als aan een Aga. Mijn schoonmoeder heeft ook een Aga en die gaat al zestig jaar mee. Ik zal met Kerstmis nooit meer te weinig plaats hebben om te koken.'

La Cornue biedt een meer geavanceerd fornuis voor wie zelf chef-kok wil spelen. Door de oneindige combinatiemogelijkheden (elektrische oven of gasoven, keramische kookplaten of gaspitten, steengrill), de afwerking in nikkel of glanzend messing en de slakvormige handgrepen, ziet dit fornuis er erg professioneel uit. Een intimiderend beeld dat vooral een mannelijk publiek aanspreekt.

'Zowel Aga als La Cornue richt zich tot welgestelde, getrouwde mensen met kinderen', zegt Xavier Dupuy, directeur van La Cornue.

'Toch zijn de klanten van La Cornue zich bewuster van de buitenwereld. Ze zijn gevoelig voor mode en uitstraling. De klanten van Aga zijn ook actief, maar kiezen eerder voor eenvoud en het gezinsleven.'

Ondanks hun hoge kostprijs stijgt de verkoop van de twee mastodonten. De keuken is een echte leefruimte geworden en daardoor wordt er ook meer in geïnvesteerd. ?We hebben lange tijd een zeer welgesteld publiek bereikt, maar vandaag komt het steeds meer voor dat mensen sparen voor een van onze fornuizen', ¦ La Cornue biedt een meer geavanceerd fornuis voor wie zelf chef-kok wil spelen. (Foto's RV) wordt ons verteld bij Aga. Het instapmodel van het merk kost 8.634 euro, het duurste model heb je voor 14.000 euro. De kleinere modellen van de S-reeks zijn al verkrijgbaar vanaf 4.995 euro.

La Cornue biedt een garantie van zeventig jaar.

Er is dus een grote kans dat het fornuis 'u overleeft', grapt de producent.

De bezitters van de fornuizen zijn het eens: wanneer je er eentje hebt, wil je het nooit meer kwijt. 'Ik hoop dat mijn kinderen het fornuis niet willen wegdoen', zegt Jacques (60), al tien jaar eigenaar van een Cornue. En die wens komt veel voor. 'Wanneer je bij ons komt, doe je een grote investering', stelt Dupuy vast. 'Die erfenisidee wordt niet altijd uitgesproken, maar is zeker aanwezig bij de meesten van onze klanten.'

De lange garantieperiode zou op lange termijn wel eens tegen beide merken kunnen werken. Hoe moet een onderneming overleven wanneer haar toestellen nooit vervangen worden? In 2004 werd La Cornue trouwens ingehaald door Aga.

Daarom wil La Cornue, producent van de duurste fornuizen ter wereld (van 10.000 tot 25.000 euro), een groter en jonger publiek aanspreken.

In mei werd een betaalbaar gamma gelanceerd, de CornuFé, met een prijskaartje van 'slechts' 5.300 euro.

Het nieuwe toestel moet meer klanten aantrekken, maar tegelijk toch elitair blijven. Er is geen sprake van dat het gerenommeerde merk, opgericht in 1908, zijn imago naar beneden haalt. De CornuFé behoudt dus de typische kenmerken van het merk: dezelfde zuivere lijn, dezelfde verfijnde afwerking, zelfs dezelfde kwaliteit van materialen.

Maar terwijl elk model van het traditionele gamma volledig met de hand wordt gemaakt in een atelier in Saint-Oen-l'Aumône (Vald'Oise), wordt de CornuFé aan de lopende band geproduceerd in een fabriek in Birmingham, Groot-Brittannië.

Dat heeft grote gevolgen. Het luxeproduct kan tot in het extreme aangepast worden (oven, kookplaten, kleuren), terwijl de CornuFé bestaat in slechts vier kleuren en twee afwerkingen. Bovendien is het model niet verkrijgbaar met een koepeloven, het uithangbord waaraan het merk zijn naam en faam te danken heeft. 'Het fornuis moet nieuwe klanten aanspreken, maar het is niet de bedoeling te concurreren met onze andere fornuizen', benadrukt Dupuy. 'Daarom leggen we bij de CornuFé eerder de nadruk op het gebruiksgemak dan op het professionele aspect van het toestel.'

Het lijkt een goede beslissing te zijn geweest om het luxegamma uit te breiden: binnen enkele maanden werden van het nieuwe model wereldwijd 400 exemplaren verkocht.

Over lifestyle en wellness

Hier komt inhoud over lifestyle en wellness.