Zeg nooit zomaar sigaar tegen een havanna. De koningin van de sigaren is een ambachtelijk meesterwerk, met zorg gerold uit de beste tabaksbladeren ter wereld. Haar parfum ontvouwt zich tussen de lippen van de fijnproever, en herinnert aan de vochtige bodem van de parel van de Caraïben; Cuba. Antwerpenaar Michel Permeke, gepassioneerd havannakenner, schreef als eerste Belg een boek dat liefhebber en leek zal bekoren. Jan De Zutter, zelf Cuba- en sigarenliefhebber mengt het gesprek met de eigen zoete ervaringen.
Ik zit in restaurant Benny Moré, op de hoek van de Plaza Vieja, in het hart van Habana Vieja, de zestiende-eeuwse binnenstad, thuishaven van zo'n 70.000 Habaneros en sinds 1982 door de UNESCO beschermd als werelderfgoed. In de Cubaanse hoofdstad wonen er in totaal zo'n 3 miljoen mensen. Restaurant Benny Moré, genoemd naar een van Cuba's legendarische zangers, is een van die gelegenheden waar alleen Westerlingen zich een etentje kunnen permitteren. Of misschien de Cubaanse dollarelite; de jongelui die grof en dikwijls diepzwart geld verdiend hebben in de toeristische sector, en die dollars niet zomaar kunnen uitgeven. Cuba recycleert haar eigen fraude, want de zwarte dollars vloeien zo toch deels terug naar de eigen economie. Het eten in Cuba is - zachtjes uitgedrukt - matig van kwaliteit. Lekker koken is hier niet belangrijk. Wat kan het hen overigens schelen, als er gedanst kan worden. Dansen is in Havana, wat tafelen is in Brussel. De sensualiteit van de smaak is in deze parel van de Caraïben vervangen door de wellustige wentelingen van 'la cintura', de wiegende heupen. Als je al iets wilt degusteren, kies je hier beter voor gegrilde langoesten of het onovertroffen porcito, een zwijntje dat urenlang boven een houtskoolvuur werd geroosterd. Sinds februari hangen er in Benny Moré verbodsborden. Roken op openbare plaatsen is, in de bakermat van de sigaar, verboden. Maar buiten zie je ze wel, schilderachtige figuren met knotsen van sigaren tussen de lippen. Op de Plaza de Armas zitten enkele santera's, priesteressen van de santeriacultus, de Afro-Cubaanse religie die het leven van de meeste Habaneros doordesemt, met een sigaar in de mond. Op het plein ligt La Templete, een neoklassiek tempeltje, dat gebouwd is op de plek waar Havana volgens de overlevering zou gesticht zijn. Naast het tempeltje staat de ceiba, de heilige kapokboom van de Taino-indianen, de oorspronkelijke bewoners van Cuba. Toen Christoffel Colombus in oktober 1492 op Cuba arriveerde, werd hij door de Taino verwelkomd met offergaven. Hij kreeg er opgerolde bladeren van een merkwaardige plant aangeboden. Het interesseerde de Europeaan maar matig. Hij was hier niet gekomen om planten te verzamelen maar om goud en rijkdom te verwerven. Nochtans zou deze plant - naast suikerriet - een indrukwekkende invloed hebben op het leven van elke Europeaan. De Indianen spraken van cohiba, een naam die verwees naar het rituele roken van de bladeren of naar de opgerolde bladeren zelf. Een kleine 500 jaar later zou die naam op de sigarenbandjes prijken van één van Cuba's topmerken. Het verhaal gaat dat Cohiba aanvankelijk de privé-sigaar van Fidel Castro was, speciaal voor Il Commandante gerold, volgens een recept dat enkel door de torcedor, de sigarenroller gekend was. In 1966 werd het merk geboren en in 1982 werd de sigaar op de markt gebracht.
Cuba, en in het bijzonder Havana, is het mekka van de sigarenliefhebber. Het eiland rust op een gigantisch koraalrif, en de kwaliteit van de bodem levert de allerbeste tabaksbladeren ter wereld. Er zijn sigaren in alle maten, gewichten, vormen en kwaliteiten, afkomstig uit de meest uiteenlopende landen, maar de fijnproever bezingt het liefst het weldadige genot van een echte havanna. "Sigaretten roken is als seks hebben, sigaren roken is als de liefde bedrijven," wordt wel eens gezegd. "Toch niet, vult havannaspecialist Michel Permeke (46) aan. "Een havanna roken is als de liefde bedrijven. Een Dominicaanse of een Braziliaanse sigaar roken bijvoorbeeld, is als de liefde bedrijven zonder een orgasme." De Antwerpenaar Michel Permeke is de algemeen directeur van Permeke Motors, het familiebedrijf dat sinds 1911 Ford distribueert in het Antwerpse. De nagelnieuwe Antwerpse stadsbibliotheek - de Permekebibliotheek - is genoemd naar de garage die vroeger op die plek stond. Michel Permeke kreeg zijn eerste havanna aangeboden op z'n 28ste, na een zakendiner. Wat aanvankelijk een aangename ervaring was, is uitgegroeid tot een passie. In 2001 opende hij op de Antwerpse kaaien Mike's Havana House, een sigarenwinkel waar je enkel havanna's kunt kopen. En sinds kort ligt van zijn hand het boek 'Havanna's, Grand crus uit Cuba' in de rekken.
Nee, zeg nooit zomaar sigaar tegen een havanna. De tabak van de echte havanna - er zijn ook andere Cubaanse sigaren die deze naam niet mogen dragen - is afkomstig uit de vruchtbare Vuelta Abajo-streek. Havanna's worden vervaardigd uit hele tabaksbladeren en volledig met de hand gemaakt. Dat is de theorie. De praktijk herinnert aan het degusteren van een Grand Cru, aan het genot bij het beluisteren van een aria van Mozart, of aan de zinnenprikkelende ervaring bij de sensualiteit van Rubens. De liefhebber wordt lyrisch als hij of zij over havanna's spreekt: "De aroma's zijn betoverend," mijmert Permeke. "Ieder mens ervaart een havanna anders, maar je mag toch zeggen dat de sigaar gekenmerkt wordt door haar volle smaak die overduidelijk het terroir ontvouwt. Dat is die typisch muskus-achtige, humusrijke, vochtige terroir die zo kenmerkend is voor Cubaanse sigaren." Elke sigaar, zelfs van hetzelfde merk of formaat, is anders, omdat het telkens over een uniek ambachtelijk product gaat. En net zoals bij wijnen de kwaliteit afhankelijk is van de oogst, zo kennen ook havanna's uitzonderlijke 'jaren'. Naar analogie met de Grand crus, brengen sommige merken sinds 2000 een Edición Limitada op de markt, een beperkte oplage van de meest uitgelezen tabakssoorten die twee jaar of meer gerijpt hebben. Zo'n topsigaar kan wel 20 of 25 euro per stuk kosten. Een goeie havanna heb je voor 5 à 9 euro, voor de uitstekende merken tel je tussen de 9 en de 12 euro neer. Limited editions vertrekken vanaf 12 euro. Er zijn verschillende topmerken, met tot de verbeelding sprekende namen als Cohiba, Trinidad, Montecristo, Vegas Robaina, Cuaba, Hoyo de Monterrey, H.Upmann of Romeo y Julieta. Al deze merken produceren ook verschillende 'modules', sigaren van verschillende dikte en lengte. Havannarokers kiezen tussen een robusto, een corona of een gran corona, een Churchill, een laguito of een van de vele andere formaten.
Het spreekt voor zich dat de liefhebber niet snel even een sigaartje opsteekt. "Een havanna roken is de tijd stilzetten," zegt Permeke. "Je rookt geen sigaar, je proeft ze. Ik kan met uitgestreken gelaat zeggen dat ik géén roker ben." De proevers kunnen zich in Mike's Havanna House dan ook terugtrekken in een sigarenlounge, waar zich zo'n 32 privé-kluizen bevinden die elk tot 500 havanna's kunnen bevatten. De eigenaars komen geregeld proeven van een exemplaar uit hun collectie, alleen of met vrienden.
De Vuelta Abajo, koningin van de Cubaanse tabaksstreek, ligt in de provincie Piñar del Rio, in het westen van Cuba. Piñar is makkelijk te bereiken met een auto die je in Havanna huurt en je in een ruk via de autopista naar de provincie brengt. Langs de snelweg verkopen boeren vruchten, taarten en pas geroosterde porcitos. Het landschap is er adembenemend. Vooral de Viñalesvallei is van een ongekende schoonheid. Uitgestrekte vlakten wisselen er af met mogotes, indrukwekkende 'bobbels' in het landschap, restanten van het oudste gebergte in Cuba. De koningspalmen, Cuba's nationale boom, staan er kaarsrecht in de eeuwiggroene vallei. De bodem is hier van uitzonderlijke kwaliteit en levert de allerbeste tabaksbladeren. Die worden met zorg opgekweekt, met de hand geplukt en te drogen gehangen in de casas de tabaco, eenvoudige schuren die her en der in het landschap verspreid liggen. Daarna ondergaan ze een ingewikkeld fermentatieproces dat het palet van de tabak volledig laat ontplooien. Tussen het planten van tabak en het rollen van de sigaar kan een periode van twee jaar liggen. De inmiddels goud gerijpte bladeren verhuizen naar de hoofdstad, waar de meeste sigarenfabrieken liggen.
Vanuit mijn kamer, aan de rand van Havana Vieja, heb ik een zicht op Centro Havana, met haar brede negentiende-eeuwse boulevards en op het Capitolio Nacional, een kopie van het Capitol in Washington, in 1929 gebouwd door dictator Gerardo Machado. Achter het Capitolio, in de Calle Industria, ligt de Fábrica de Tabacos Partagás, een van de weinige sigarenfabrieken waar rondleidingen worden georganiseerd. Het aroma van Partagás, net zoals van andere merken, wordt bepaald door de ligada, het unieke mengsel dat elk merk zijn specifieke smaak geeft, en strikt geheim is. In de gangen van de fabriek zitten de despalilladores de dekbladeren te strippen die het definitieve uitzicht van de sigaar zullen bepalen. Omdat deze 'strippers' de bladeren selecteren op hun schoot, ontstond de hardnekkige mythe dat Cubaanse sigaren gerold werden op de billen van Cubaanse maagden. Alle bladeren komen uiteindelijk terecht bij de torcedores, de sigarenrollers, gebruinde mannen en vrouwen met slanke spieren in beige shirts. Ze zitten aan houten werkbanken, in een zaal waar vooraan op een podium boeken en kranten worden voorgelezen. 's Morgens de krant, in de namiddag literatuur. Het is een traditie die al uit de negentiende eeuw stamt. Aanvankelijk werd ze ingevoerd om te verhinderen dat de sigarenrollers, vaak dwangarbeiders, met elkaar zouden kletsen. Maar vandaag zou er een revolte uitbreken mocht het systeem afgeschaft worden. Sigarenrollers zijn, dankzij de voorleessessies, dan ook 'literair geschoold' en hebben na enkele jaren een groot stuk van de wereldliteratuur achter de kiezen.
HAVANNA-MAN VAN HET JAAR
Havana is een stad waar je je hart verliest, met haar indrukwekkende oude stadscentrum, haar afbrokkelende, maar niet door kaalslag geruïneerde negentiende-eeuwse gordel met adembenemende jugenstill- en art deco-appartementen, met haar overweldigende culturele grandeur en de beminnelijkheid van haar bevolking. Dat mocht ook Permeke ervaren. In 1999, na jarenlang havanna's te hebben gerookt en zowat elk boek over Cuba te hebben gelezen, reisde hij voor het eerst af naar het Caraïbische eiland. "Ik voelde me stilaan een professor Frans die nog nooit in Frankrijk was geweest," lacht hij. "De Cubareis was een cadeau van vrienden voor mijn veertigste verjaardag. Het verjaardagsfeest hadden we hier gevierd in Cubaanse stijl. Ik had me verkleed als Fidel, en de vrienden droegen legergroene shirts." De foto's van dat feest nam hij mee naar Havana en naar het galadiner van de jaarlijkse sigarenbeurs, het Festival del Habano, waar ook Fidel zijn opwachting zou maken. Toen Fidel 's nachts vertrok en de genodigden zich bijeendrumden om de dictator nog even te groeten, trok Permeke zijn stoute schoenen aan en riep: Fidel! Una firma por favor! (Fidel, een handtekening alsjeblieft.) Fidel keek op, wenkte de Antwerpenaar en nam hem mee voor een kort privé-gesprek. Foto's van die ontmoeting prijken nu in Mike's Havana House. Sindsdien is Permeke niet meer uit Cuba weg te slaan. Op vijf jaar tijd is hij er vijftien keer geweest. Afgelopen lente werd hij er genomineerd voor de titel Hombre del Habano del año, Havannaman van het jaar, een prijs die wordt uitgereikt aan de beste havannawinkel van de wereld.
Voor een Europees zakenman moet het even wennen zijn in het laatste socialistische regime, maar Permeke is meer dan mild. "Cuba is één van de belangrijkste landen ter wereld. Er wonen maar evenveel mensen dan in België, maar heel de wereld kent dit land. Het is meer dan 46 jaar geleden dat er in Cuba nog iemand van ontbering is omgekomen en ze hebben het laagste kindersterftecijfer ter wereld. Men zegt dat het land arm is, maar ik beweer dat het het rijkste land in het Caraïbische gebied is. Ik ken geen enkele Cubaan die niet weet waar België ligt, of niet weet dat Brussel de hoofdstad is van Europa. Het onderwijs is er van een ongekend hoog niveau. Vergelijk dat met de Verenigde Staten! Als je de Amerikaan zijn dollar afpakt, wat blijft er dan nog over? Ik voel me thuis op Cuba. Als het in de toekomst mogelijk wordt, koop ik er een buitenverblijf en ga ik er een stuk van het jaar wonen."
Als Michel Permeke aan zijn havanna nipt, brengt hem dat telkens terug naar de doorleefde straten van de hoofdstad. Ik ken het gevoel. Een mojito drinken op de Plaza de la Catedral, slenteren door de beduimelde straten van Habana Centro, of kuieren langs de Malecón, de brede dijk die de stad scheidt van de baai van Havana. 's Avonds flaneren de Habaneros langs de Malecón, gearmd of op zoek naar een arm, terwijl de golven die vanuit de oceaan komen aanrollen over de kaaimuur spatten. Overdag krijg je er een overzicht van de geschiedenis van de automobielindustrie. Chevy's en Oldsmobile's uit de jaren '40 en '50 sputteren er broederlijk naast fantasieloze sovjetmodelletjes en recentere Aziatische wagens. Af en toe rijden er afgeschreven bussen van De Lijn over de dijk, waarop nog steeds de bestemmingen in Vlaanderen prijken. Langs de Malecón is er een toeristenmarktje, waar ondernemende Habaneros handwerk verkopen. Kant, muziekinstrumenten, juwelen, vervaardigd uit oud tafelzilver en zwart koraal. En humidors. Op het marktje zijn ze misschien niet van de allerbeste kwaliteit, maar met wat zoeken vind je hier toch aardige exemplaren. Elke havannaroker bezit zo'n houten kist, waarin havanna's moeten bewaard worden. De sigaren zijn vochtig en mals en moeten zo blijven. Een humidor bevat een bevochtigingselement dat de luchtvochtigheid in de kist constant houdt, zodat de sigaren jarenlang kunnen bewaard worden. Ze rijpen in de kist zelfs nog na, zodat je na een tijdje beschikt over echte vintage sigaren. Humidors heb je in maten en gewichten, van eenvoudige houten dozen, tot prachtige met inlegwerk of bronsbeslag gedecoreerde exemplaren. In België kost een beetje humidor zo'n 300 euro, maar er bestaan natuurlijk verzamelobjecten zonder prijzenplafond. "De humidor van wijlen president J.F. Kennedy ging enkele jaren geleden onder de hamer voor 575.000 dollar," zegt Michel Permeke.
Op de Avenida de Belgica, op een boogscheut van het Capitolio, spreekt een man me aan. "Cigars?" vraagt hij in gebroken Engels. Elke Cubareiziger laat zich wel eens vangen. De sigaren die op straat worden aangeboden, zijn véél goedkoper dan de kisten die in de officiële winkels worden verkocht. Maar ze zijn illegaal en daar kun je je aan de douane heel wat miserie mee op de hals halen. Met wat geluk koop op de zwarte markt sigaren waar ook tabak in zit, maar veel vaker kom je bedrogen uit. Het dekblad is weliswaar tabak, maar de binnenkant wil wel eens uit opgerolde bananenbladeren bestaan. Of het gaat om exemplaren waaraan je je suf zuigt zonder dat er rook uitkomt. Weggesmeten geld dus.
Havanna's zijn goddelijke producten, en dat is allicht de reden waarom ook de goden op Cuba een sigaartje lusten. In een van de zijstraten van de Avenida de Belgica staat voor de deur van een bescheiden woning een schaal, waarin zich een merkwaardige steen bevindt. Kaurisschelpen vormen de ogen en de mond van deze orisha, een van de Afrikaanse goden die meegekomen zijn met de slaven die vanaf de zeventiende eeuw vanuit Nigeria naar het Caraïbische gebied werden gebracht om er de suikerplantages te bewerken. Dit is Eleggua, bewaker van de deur, van de poorten van het leven; geboorte en dood. Op de schaal ligt ook een sigaar. De orisha's zijn tuk op tabak, en ze lusten ook een stevig glas rum. Bij heel wat Cubanen thuis vind je bovendien een bescheiden altaartje voor de Eggun, de geesten van de overledenen. Ook zij worden dagelijks voorzien van een stevige sigaar, een kop koffie en een glas rum. En de goden zijn kieskeurig. Je leidt ze niet om de tuin met rommel. Een Montechristo is toch wel het minste wat ze verdienen.
LEVENSGENIETERS
Michel Permeke steekt zijn eerste sigaar op. Het is nu middag en vanuit Mike's Havana house kijkt hij uit over de Schelde. "Weet je, dit boek heb ik gemaakt voor de liefhebber, maar ook voor de niet roker. Om hen te tonen dat wij geen boemannen zijn, maar levensgenieters." Dat straalt het boek ook uit. De schitterende fotografie van Kris Vlegels illustreert een rijke verzameling weetjes, over de kweek van tabak, het rollen van sigaren, het degusteren en bewaren, over formaten en merken en zelfs over de gezondheidsrisico's van de sigaar. Fijnproevers vinden er enkele gerechten in die havanna-rokers Peter Goossens (Hof van Cleve), Jonnie Boer (De Librije) en Jan Buytaert (De Bellefeleur) speciaal voor sigarenrokers hebben ontwikkeld. Een hebbeding voor onder de kerstboom of een begeleider bij de eerste havanna van het nieuwe jaar.