Dat er zich een couturelingerie-atelier bevindt op een steenworp van het Brusselse Zuidstation, is een van de best bewaarde geheimen van de Brusselse modescene. Nochtans is de Franstalige ontwerpster Carine Gilson geen onbekende in de internationale lingeriewereld. Haar 'lingerie couture', zoals ze haar delicate lingeriecollecties noemt, wordt verkocht in luxueuze modezaken als Barneys New York en Agent Provocateur in Londen.
Het atelier ligt verscholen op de eerste verdieping van een gebouw dat volop gerenoveerd wordt. Het is een fel verlichte ruimte waar een paar vrouwen van verschillende leeftijden vlijtig in de weer zijn met frambozenroze zijde en kostbare crèmekleurige kant. De technische inrichting van het atelier - er staan industriële strijkijzers en gespecialiseerde naaimachines - valt moeilijk te rijmen met de romantische en gewaagde wereld van de lingerie. Maar dit is minutieus werk. In een schemerige kamer met fluwelen gordijnen en sensuele geurkaarsen is het wel gezellig, maar zie je natuurlijk geen steek.
Carine Gilson (40) maakt een gehaaste indruk. De bestellingen moeten nog voor Valentijn worden geleverd, een doos voor Barneys Japan staat klaar om te versturen. Maar vraag haar naar het creatieve spel met kant dat ze elk seizoen speelt, en ze gaat er graag voor zitten. "Kant is mijn medium, mijn print. Het is fascinerend materiaal", vertelt ze. "Het is zo fijn gemaakt. En als je het verknipt, gaat het een eigen leven leiden. Je kunt kant niet in een richting dwingen. Dus puzzel ik tot ik nieuwe patronen ontdek. Dat maakt het ontwerpen boeiend."
Haar moeder was naaister, maakte kleren op maat in een tijd dat de confectie nog in haar kinderschoenen stond. "Ik ben opgegroeid tussen de spelden", lacht Gilson. "Hoewel mijn moeder me afraadde in de modesector te gaan, trok ik toch naar de modeacademie in Antwerpen."
Vijftien jaar geleden - ze was toen twee jaar afgestudeerd en een ongelukkige freelanceontwerper voor merken die haar niet interesseerden - kocht ze haar atelier, Maille France, van twee oude heren van tachtig. Gilson: "Ze hadden hun hele leven lingerie gemaakt. Geen luxestukken zoals we nu maken, eerder producten voor warenhuizen als C&A en Delhaize, of voor merken als Damart. Combinaisons, onderrokken en bh's, ook wel bestikt met kant, maar dan een variant in nylon. Zij wilden met pensioen en verkochten de handel. Ik droomde van een eigen atelier. Ik had er eigenlijk de middelen niet voor, maar samen met de bank van het bedrijf is het me toch gelukt. Ik kocht Maille France, waar de werknemers en de oude eigenaars zelf me hebben opgeleid. Die mannen hebben me de stiel geleerd, zowel zakelijk als de technische kunst van het lingerie maken. Maar ik wilde meer. Ik wilde lingerie maken die uit de kunst was. Na vier jaar was ik klaar om mijn eigen product te lanceren. Ik droomde van een hoogwaardige collectie, met luxueuze materialen als zijde en kant. Het enige wat ik heb meegenomen uit de geschiedenis van het atelier is de liefde voor kant."
De productie is klein. Per seizoen gaan er 1.500 en 2.500 stuks buiten van alle modellen. Gilson: "Dit is een zeer exclusief product. Alles wordt hier ter plaatse met de hand gemaakt. Over ingewikkelde stukken doen de naaisters algauw een halve dag."
Ons oog valt op een sinaasappeloranje balconnetbehaatje. Het ziet er klaar uit, maar weten wij veel. "Dit is verre van af", lacht Gilson. "Dit is de ruwe versie. De strikjes ontbreken nog. Vervolgens wordt het volledig nagekeken, in vorm gestreken en liefdevol ingepakt."
Ze tovert uit een rekje familieleden van het stuk te voorschijn. Nachthemdjes met een plisséboordje, negligés met een wervelende tekening van kant, bustiers. In fuchsia, champagne, crème. De strings en boxers bevatten geen elastieken, ze zijn gemaakt om aan het lichaam te blijven kleven.
"Een droom, is het niet?", lacht ze terwijl ze de zijde streelt. "Dit zijn juweeltjes. Te koesteren en met zachtheid te behandelen. Je wast ze met de hand, en bij voorkeur met babyshampoo. Niet te vergelijken met een setje van Dim."
De juweeltjes komen met een prijskaartje, dat spreekt vanzelf. Een setje van een bh en een slip neigt algauw naar de 400 euro. Dat is nu eenmaal de prijs die men betaalt voor luxekwaliteit.
Sinds twee seizoenen is er ook een strandlijn, met badpakken die vriendelijk zijn voor de lichaamsvormen. "Net iets van Marilyn Monroe, niet?", straalt ze terwijl ze een zalmroze stuk op de werktafel spreidt. De borstpartij is een drapage van mousseline, lange linten die om de hals en op de rug worden gestrikt, voltooien het fiftieseffect.
"Ik zou nog wel een prêt-à-porterlijn willen maken", zucht ze. Haar blik dwarrelt naar een stapeltje papier, prints van het modedefilé van Balanciaga. De kantprint overheerst de collectie. "Maar als ik zie wat er al allemaal bestaat, zakt de moed me een beetje in de schoenen. Al zal het niet voor binnenkort zijn, toch blijf ik broeden."
De vlam sloeg over toen ze vorig najaar deelnam aan het mode-evenement van de liefdadigheidsorganisatie Spullenhulp. "Ik vond in de bakken van Spullenhulp verschillende negligés die ook nog eens van Maille France bleken te zijn. Van ver voor mijn tijd, natuurlijk. Ik heb me rot geamuseerd met het herwerken van die stukken tot een korsetjurk." Model van dienst was niemand minder dan koningsdochter Delphine Boël. Gilson heeft mooie herinneringen aan de ontmoeting: "Een fantastische vrouw, Delphine. Ze is sterk en heeft persoonlijkheid. Het was een inspirerende kennismaking."
Voorlopig heeft Carine Gilson genoeg om zich op te concentreren. In maart wil ze haar eigen boetiek in Parijs, nu gelegen in de rue Bonaparte, verhuizen naar een nieuw pand, hoogstwaarschijnlijk in de rue de Grenelle op Rive Gauche. "Als het lukt, word ik de overbuur van Martin Margiela. Ik ben een grote fan van zijn werk, ik kan me geen betere locatie voorstellen."